Aron Bogers, Cirkelstad Raad van Toezicht

Interview met Aron Bogers, lid Cirkelstad Raad van Toezicht, architect en partner bij Inbo

Urban impact

Waarom Cirkelstad

Aron Bogers

Interessant is de dialoog in de Cirkelsteden. Ik zie een duidelijke meerwaarde in de uitrol van Cirkelstad want er zijn grote regionale verschillen. In krimpregio’s zoals Friesland gaat het om principieel andere vragen. Krimp biedt grotere kansen om circulair te gaan, er is een hardere noodzaak en meer urgentie. Het gaat daar meer over de vitaliteit van dorpen en minder over korte termijn geld verdienen. En kleinere familiebedrijven zijn doorgaans veel slagvaardiger om hun profiel om te bouwen.
Ik hoop dat we over tien jaar de huidige vorm van Cirkelstad, als platform om mensen bij elkaar te brengen, voor faciliteren van kennisuitwisseling niet meer nodig hebben. Het debat moet dringend gevoerd worden en de versnelling is hard nodig.
We dragen allemaal met ons gedrag bij aan de uitputting van de aarde. Bewustwording van eindgebruikers is ook belangrijk in de energietransitie. Vanuit de circulaire gedachten moeten we naar zonne-energie, maar de panelen zitten vol bijzondere metalen, en als die op zijn kun je geen mobieltjes meer maken. Dat soort vraagstukken kun je heel groot maken en moedeloos van worden, of proberen je bijdrage te leveren.

 

CASE: Space S, Eindhoven

Space-s, foto: Rufus de Vries

Space-S is een bijzonder project van de Eindhovense woningcorporatie Woonbedrijf. Op een schaal zoals nooit eerder vertoond in de sociale huursector, mochten bewoners vanaf het allereerste begin meedenken en meepraten over hun wensen en dromen voor hun eigen buurt in het dynamische stadsdeel Strijp S.

Space-S is een nieuwe woonbuurt op Strijp-S tussen de Torenallee en het Natlab. De ontwikkeling bestaat uit 7 gebouwen, waaronder een woontoren van ca. 54 meter. Het programma is een mix van verschillende woningtypen: appartementen, lofts, studentenwoningen en woningen met extra ruimte voor hobby of werk, met verschillende woonoppervlakten. Daarnaast zijn er nog beschermd wonen studio’s op Space-S, die samen met beschermd wonen organisaties zijn ontwikkeld en verhuurd.


 

Visie, wat moeten we nu doen

Je ziet dat iedereen zoekt naar wat het kantelen van een hele economie betekent. De lineaire economie werkte goed sinds de Verlichting, maar nu springen alle signalen op rood. Het systeem is eindig, en geconfronteerd met grote problemen worden we nu gedwongen na te denken over gebruik en functionaliteit, aan het begin van het proces.
De bewustwording, dat circulair ingrijpt op het hele systeem, is hard nodig en dat vraagt van spelers om zich actief op te stellen. Wat betekent het voor de eindgebruiker, dat is voor mij de drive.
Je moet het wèl willen, we zijn onze klanten mee aan het opvoeden. Het is een leerproces en belangrijk is het inzicht dat we kleine stapjes zetten. We zitten in een transitie en we weten nog niet alles. Nu al een gebouw volledig circulair ontwikkelen is heel lastig want dan moet je door zoveel barrières heen, je kunt ook proberen de lat steeds een beetje hoger te leggen. Dus het niet te theoretisch benaderen en wachten tot je alles weet, maar gewoon, hands-on, bij alles wat je aanpakt, denken: hoe kan dat beter.

Ik geef college aan de Academie voor bouwkunst in Rotterdam, niet omdat ik professor circulaire economie ben, maar omdat ik de studenten wil laten zien wat een energietransitie en het eindige zijn van materialen en denken in sluiten van ketens betekent voor het vak. Op die Academie is circulair nog niet echt een onderwerp, niemand vertelt daar studenten echt over een veranderende praktijk. Je ziet eigenlijk twee bloedgroepen: architecten die vooral esthetisch denken en de architecten die meer functioneel denken.

 

Mijn ambitie zit in het spiegelen en duiden van de urgentie.

 

De bouw kantelt maar heel langzaam, dat is inherent aan de sector. De bouw innoveert langs de lijnen van regelgeving, als je niks oplegt blijft de oude economie, bouwen gericht op prijs en snelheid, prevaleren. Daar moeten stappen gezet en de economie gaat ons niet helpen, er is te weinig incentive om het anders te doen. De grote ontwikkelende bouwers hebben allemaal wel een circulair project maar in de 99 anderen die ze doen is het nog geen thema.
Daarom is Space-S in Eindhoven ook zo mooi, om te laten zien hoe het kan. Op dit moment is dat  voor beleggers die redeneren in een ideaal economisch verdienmodel niet interessant. Er zijn er die pas omgaan als de nieuwe materialen niet mee besteld kunnen worden of als de klimaatvluchtelingen je straat binnen wandelen.  Lange termijn visie is nodig om dat systeem te doorbreken.

Het gaat veel meer om de mensen waar je voor bouwt dan om de bakstenen of om de architectuur. Mooi dat wil iedereen, maar functioneel met een echte sociale toegevoegde waarde is mijn belangrijkste drive. Zoals bij Space S de toekomstige bewoners vanaf dag 1 betrokken waren, en zelf konden beslissen hoe en waar ze willen wonen, welke ruimtes praktisch zijn om te delen, enzovoort, enzovoort. Het project was ook een eyeopener in die zin dat we 200 principieel verschillende woningen bouwden en binnen budget bleven.

Het sociale, inclusieve element zat er ook in, voor mensen op het sociale minimum is elke cent winst. Als je wilt dat iedereen kan meedoen, moet je het simpel en toegankelijk houden. Dan komen de vragen vanzelf.  Als je mensen de mogelijkheid geeft om ervaringen op te doen, dan maak je dingen die onmogelijk leken mogelijk. Toch mag het sociale wat mij betreft wel wat steviger op de kaart in Cirkelstad, want het gaat al snel over materialen.

 

CASE: Innovatiecentrum Enexis, Den Bosch

Enexis lab 0.76, foto: Jan de Vries

Netwerkbeheerder Enexis zet zich actief in voor de verduurzaming en innovatie van het energielandschap in Nederland. Daarom transformeerde zij een monumentaal 50kV station in Den Bosch tot inspirerend ontmoetingscentrum: LAB.073. De robuuste kwaliteit en karaktervolle structuur vormden de basis voor de nieuwe sfeer van creatieve innovatie.

Door plafonds en binnenwanden te verwijderen is het prachtige industriële karakter teruggebracht. Nieuwe toevoegingen zijn gedaan vanuit de circulaire gedachte: zoveel mogelijk hergebruik en 2e-hands inrichtingselementen. Hart van het innovatiecentrum is het café, een flexibele ruimte voor werken, ontmoeten en ontspannen. Waar vroeger transformatoren herrie maakten, zijn nu stiltewerkplekken ingericht. De transformatorhal is omgetoverd tot multifunctionele ruimte voor presentaties, exposities en bijeenkomsten. Klaar voor de nieuwe realiteit.


 

Leiderschap

Je haalt het meest uit mensen als je ze laat doen waar ze goed in zijn en enthousiast van worden. Het is belangrijk mensen de ruimte te geven om hun talenten te ontwikkelen en hun kennis te delen, om te leren.
Voor mij is leiderschap ook: laten zien dat het anders kan. Social impact, alles wat je doet meetbaar maken in wat het oplevert voor de mensen waar je het voor doet, een gebouw moet niet alleen plek innemen, het moet iets toevoegen aan de kwaliteit van leven, aan gezondheid,  het moet ruimte toevoegen.
Ook laten zien waar je drijfveren liggen. Accepteer dat dingen langzaam gaan, maar blijf je boodschap herhalen, blijf trouw aan je eigen verhaal. Met sommige partners moet je dan tot de conclusie komen dat je niet verder komt.

Raad van Toezicht

Ik zie de rol van de Raad van Toezicht vooral als aanjager en tien procent toezicht misschien, dat laatste vooral over doelstellingen. Voor mij is het meer een raad van inspiratie, we zitten vol in de praktijk, de wethouders zijn meer van de vergezichten. Ach we kunnen altijd nog een andere naam kiezen.

 

CASE: Campina Melkfabriek, Hilversum

Melkfabriek, foto: Rob Hoekstra

De monumentale Melkfabriek, gebouwd tussen 1954 en 1956 in opdracht van de Verenigde Gooise Melkbedrijven, is verbouwd tot een uniek complex voor wonen, werken en leren. Daarbij zijn de karakteristieke elementen van de industriële wederopbouwarchitectuur behouden. De overdekte melkstraat is in ere hersteld en vormt nu de ruggengraat van het complex met daaraan de entrees van de kantoren, woningen en brede school.

De grote fabriekshal met haar lange betonnen schaaldaken met noklichten is toegankelijk vanuit de melkstraat en getransformeerd tot centraal en publiek toegankelijk ontmoetingsplein. De Melkfabriek geeft daarmee een impuls aan de uitdagingen waar Hilversum voor staat: het behoud van jongeren, stimuleren van creatieve economische bedrijvigheid en impulsen geven aan kwalitatief wonen, werken en winkelen.


 

 

 

< City-as-a-service: 1 op de 3 Nederlanders staat open voor bezitloos leven | Opening daglicht en groen innovatiepaviljoen ‘Sky garden’ >