Ellen van Bueren, Cirkelstad Raad van Toezicht

Interview met Ellen van Bueren, lid Cirkelstad Raad van Toezicht, professor TU Delft

Circulaire bouwsector vraagt om nieuwe governance

Waarom Cirkelstad

Ellen van Bueren

Cirkelstad is een grote uitdaging. Het is fantastisch wat er nu tot stand is gekomen en wat nog steeds verder wordt ontwikkeld. Cirkelstad wil een netwerk zijn om kennis verder te ontwikkelen en dat is een heel belangrijke rol. We moeten wel voorkomen dat het een praatcircuit wordt, de kracht schuilt in het doen. Als praatclub kun je geen aanjaagfunctie vervullen.

Cirkelstad is een fantastisch netwerk waarin mensen met innovatieve ideeën, drive en enthousiasme elkaar in lokale cirkels inspireren om iets te ondernemen en het gewoon te proberen.

De universiteit is steeds meer betrokken bij actieonderzoek, ontwikkeling en verspreiding van kennis. Daar zit een overlap met de doelstellingen van Cirkelstad. Vanuit de universiteit wil ik wetenschappelijk onderbouwen wat kunnen we leren. Vanuit Cirkelstad wil je zo concreet mogelijke lessen aanbieden.
Veel van wat we nu circulair noemen werd al wel onderwezen vanaf de jaren ‘80, onder andere door  John Habraken bij MIT met zijn pleidooi voor de scheiding van drager en inbouw, zodat onderdelen van een gebouw met verschillende levensduur makkelijk zijn te onderhouden en vervangen. En in Delft door professoren als Kees Duijvestein en Jón Kristinsson. Het sluiten van kringlopen stond daarin centraal. In de jaren ’90 waren er al programma’s als flexibel en demontabel bouwen en duurzaam inkopen, waarin het toenmalige Rijksvastgoedbedrijf een grote rol speelde. Er is dus al veel onderzoek naar materialen, ontwerpen en manieren om dat te stimuleren dat niet als zodanig werd gelabeld.

Visie, wat moeten we nu doen

Ik hoop dat we over tien jaar nog steeds een stevig netwerk hebben dat zich dan met de volgende generatie vraagstukken in de circulaire samenleving gaat bezighouden. Dat we basiskennis hebben opgebouwd, slimme contractvormen, manieren van uitvragen, welke materialen wel/niet te gebruiken, hoe je vanuit het ontwerpprincipe kunt denken. Maar het blijft een kwestie van samen leren en dat is niet in tien jaar klaar.

We hebben een mentaliteitsverandering nodig. Maar er zijn heel legitieme overwegingen voor mensen en organisaties om vast te houden aan zoals het nu gaat. Het vraagt echt iets om dat los te laten en het avontuur aan te gaan. Kijken naar incentive structuren zowel binnen als tussen organisaties die prikkels geven om dingen anders te doen.

Hoe krijg je een hele stad circulair? Als ik het wist… Het is een heel arbeidsintensieve klus, met veel partijen tegelijk leren op slimme manieren. Dat gaat met vallen en opstaan en zoveel mogelijk experimenteren, om te ontdekken wat werkt.
Kantelpunten zijn achteraf vaak beter te identificeren. De Bouw is een keten. Het is een kip-ei verhaal. De opdrachtnemer zegt dat de opdrachtgever circulair moet vragen, maar het moet ook beschikbaar zijn, de opdrachtnemer moet oplossingen aanbieden, laten zien wat er mogelijk is. Bij de grote structurele opdrachtgevers zoals ProRail, Rijksvastgoedbedrijf, en Rijkswaterstaat kan er nog veel verbeteren in de manier waarop ze met selectiecriteria een uitvraag doen. Dat wordt nu wel in werking gezet. Er is ook een leerstoel publiek opdrachtgeverschap en daar staat dit onderwerp ook op de agenda.
Het ontbreekt nog aan een duidelijke definitie van circulair. Zodra je het concreet wil maken, zie je dat er nog veel tegenstrijdigheden in zitten, en dan zie je ook conflicterende belangen.
Dat is het wicked character van het vraagstuk. De kracht ervan is dat het in zijn veelomvattendheid heel veel support mobiliseert, maar als je het wilt concretiseren dan komt de pijn ook naar boven. Het belooft iets, een ideale wereld waarin ons handelen altijd een positief effect zal hebben, maar als je bouwt gebruik je materialen, heb je sowieso negatieve effecten. Je ziet altijd gevolgen van ons handelen die we liever niet willen en daar moeten we zo goed mogelijk mee omgaan.’

 

We hebben een mentaliteitsverandering nodig

 

Wat circulaire economie ook in zich heeft – en daarom is het ook zo populair – is het idee dat we een onbegrensde economische groei kunnen hebben, maar tot nu toe hebben we nog geen manier gevonden om economisch te groeien zonder dat het ten koste van de planeet gaat. Onder het mom van circulariteit kun je veel recycling als circulair labelen maar dat lost de essentie van het probleem niet op. Die essentie is dat we hulpbronnen uitputten en daarmee de draagkracht van de aarde bovenmatig belasten en ons leefklimaat aantasten. De balans is erg van belang. We moeten naar een ander model, maar voor zover ik weet hebben we nog nooit in de geschiedenis van de mensheid geleefd buiten dat groeimodel. We moeten een andere invulling van economische groei bedenken. Dat klinkt al gauw zweverig, dan gaat het over niet-materiële waarden, maar alle statussymbolen en onze manier van leven is ingericht op gemakzucht, waarbij we veel materialen en hulpmiddelen steeds sneller gebruiken en weer wegdoen.

Recyclen is vaak een enorm milieubelastend proces met veel emissies, watergebruik, en dat biedt vaak niet de kwaliteit die je zou wensen. We moeten daartoe aan het begin van de cyclus, bij het ontwerp, creatieve oplossingen bedenken. Die zijn er en daarom is het experiment zo van belang. Laat zien wat mogelijk is en hoe het kan, daarin moet je de mensen meenemen. Tot nu toe is  circulariteit een enorm technisch verhaal, heel ver verwijderd van de burger, en dat lijkt alsof de industrie en de producenten het voor ons moeten oplossen zonder dat het impact heeft op onze directe leefomgeving.

Leiderschap

Leuke initiatieven beginnen vaak in niches, waarin een paar enthousiastelingen mooie pareltjes ontwikkelen, maar voor opschalen en mainstreamen heb je leiderschap nodig. Dat hoeft niet één persoon te zijn. Bij bottom-up initiatieven is het wel van belang dat er in de top van organisaties het volle commitment is voor dit soort initiatieven en doelstellingen. Blijft het bij een enkel project dan bereik je uiteindelijk niets.

Het mooie aan onze Raad van Toezicht is dat daar ook mensen inzitten die het leiderschap ook hebben in hun eigen netwerk.

Binnen de huidige set van spelregels en het huidige systeem gebeurt er al heel veel maar als je verder wil gaan moet je ook iets aan de spelregels veranderen. Dan moet de overheid leiderschap tonen; een transitieagenda maken en het vervolgens aan de markt overlaten, dat zal niet zoveel veranderen wanneer de markt nog steeds moet opereren binnen de huidige condities.

Raad van Toezicht

Ik zie de raad vooral als toezichthouder, we moeten vooral letten op hoe de doelstellingen van Cirkelstad ten uitvoer worden gebracht. Dat is de formele kant; met die rol scherp in het vizier, als partner in het netwerk kun je daarnaast ook actiever zijn.

 


CASE

Projecten: start met het onderzoeksprogramma Transitiecampus met de vier lijnen: waardemodellen, meten van circulariteit, urban impact ontwerp en governance modellen

Voor Accez, het transitieprogramma van de provincie Zuid-Holland, starten we zeer binnenkort met actieonderzoek in de Binckhorst, een groot industrieterrein tegen het centrum van Den Haag dat deels ook onderdeel uitmaakt van het Central Innovation District, een ruimtelijk innovatieconcept waarmee de gemeente Den Haag werkt aan de versterking van haar ruimtelijk-economische basis.  Doel van het onderzoek is het ontwikkelen van uitgangspunten voor de circulaire ontwikkeling van Binckhorst Noordwest, een deelgebied.  Dat doen we in nauwe samenwerking met stakeholders in het gebied. Dat zijn overheden en bedrijven, maar ook ondernemers en burgers. Voor het ontwikkelen van deze uitgangspunten putten we uit theoretische kennis en ervaringen op andere plekken, in andere projecten en gebieden. Dat zetten we zoveel mogelijk in ten behoeve van het gebied. Het grootste deel van het onderzoek betreft actieonderzoek, waarbij de onderzoekers meekijken en meedenken met actoren die concrete projecten ondernemen. Reeds opgedane kennis kan direct worden benut, en we kunnen leerervaringen in een project meteen verzamelen, delen en waar mogelijk vertalen in algemene lessen.

We hebben vier onderzoekslijnen in het project. In de governance lijn staat de werking en mogelijk noodzakelijke verandering van incentivestructuren centraal, die het handelen van actoren beïnvloeden en tot op zekere hoogte bepalen. In het onderzoek over resources staat het sluiten van kringlopen centraal: hoe kunnen kringlopen het beste worden gesloten in een gebied, op welk schaalniveau en hoe kun je bepalen wat daarvan het effect is? In het onderzoek over circulaire waardenmodellen gaat het over het ontwikkelen van een nieuw begrip van waarde, en de innovatienetwerken waarbinnen dit plaatsvindt. Tot slot is er een lijn die zich richt op het ontwikkelen van methoden voor de vorming van inclusieve, aantrekkelijke gemeenschappen met ‘low impact’ in termen van resource gebruik en ‘high impact’ in termen van leefbaarheid.


 

 

< Festival van de Toekomst | Kweekcafé Haarlem >