Wethouder John Nederstigt: Ik maak ze helemaal gek

Interview met wethouder John Nederstigt, uit het Collegeprogramma 2017 – 2020.

John Nederstigt woonde en werkte na zijn studie internationaal ­management in de VS, Polen, Rusland en in Hong Kong, en ­raakte door wat hij daar zag ook politiek geïnteresseerd. Vanaf 2010 is hij wethouder Duurzame Economische Ontwikkeling, Innovatie, ­Onderwijs en Jeugdzorg van de gemeente Haarlemmermeer, een dynamische regio met 150.000 inwoners en een grote rijksopgave voor woningbouw, veel bedrijvigheid rondom Schiphol, maar ook veel ruimte voor sport en recreatie. In nauwe samenwerking met ­bewoners, bedrijven en organisaties werden op CO2-reductie en duurzame energieopwekking opvallend meters gemaakt, o.a. met Duurzaam Bedrijf Haarlemmermeer, een participatiefonds ­opgezet in samenwerking met Urgenda, waarmee lokale ondernemers ­worden geholpen duurzaamheid te versnellen en te verbreden.

Over leiderschap

Haarlemmermeer is altijd één gemeente geweest, er heerst hier geen sfeer van herindeling. Iedereen hier was altijd al Haarlemmermeerder en er is ook een zekere trots, om de eenvoudige reden dat we het hier goed voor elkaar hebben, er is geen reden tot klagen. De dorpse wijkraden nemen we serieus, we vinden participatie heel belangrijk. De lijntjes zijn kort, ze hoeven maar te bellen en ik sta ook in het weekend bij de boer op het erf. Ik wordt aangesproken met ‘meneer de wethouder’, mensen vinden het belangrijk.
Duurzaamheid zit me persoonlijk ook aan mijn hart gebakken, vanuit mijn achtergrond snap ik de businessmodellen en de techniek. En toen ik hier kwam heb ik gezegd: “duurzaamheid is mijn verantwoordelijkheid”, maar ik ga niemand voorschrijven wat te doen. Het is mijn rol om mensen te enthousiasmeren, ik sta voor de troepen en ik vertel mijn verhaal, ik maak ze gewoon gek.
Het gevolg is dat alle kernen gepassioneerd bezig zijn met duurzaamheid en circulariteit, vanuit hun eigen idee en op hun eigen manier, hier met afval, daar met energie. De mensen doen het zelf, en als ze ergens dreigen vast te lopen, dan help ik ze met kennis, contacten en euro’s. Alle ideeën zijn goed en die kunnen we straks weer als een blauwdruk van hoe je iets aanpakt, doorgeven aan anderen. Mensen zijn blij en trots op wat ze hebben ingebracht, het is een groter gezamenlijk geheel.

 

Je kunt een olifant omver duwen als je ‘m eerst in mootjes hakt die je kunt behappen.

 

Over mijn dochtertje

Het besef dat het anders moet met de wereld, dat begon bij mij door te dringen toen ik veel in China reisde en ik de afvaltreinen zag rijden die letterlijk over de grens werden gedumpt, toen de mondkapjes kwamen tegen de smog, toen ik in Hong Kong woonde en daar door het baggeren voor de aanleg van een nieuwe luchthaven op een kunstmatig eiland, de witte dolfijn dreigde uit te sterven. Dan besef je dat Einstein gelijk had. Je kunt de wereld niet veranderen met de oude manier van denken, waardoor de problemen zijn ontstaan. Dat realiseerde ik me ook toen ik ging tanken met mijn dochtertje. Omdat ik heel weinig rij, tank ik maar één keer per maand of zo, en niet zo lang geleden dus voor het eerst met mijn dochtertje in de auto. Ze vroeg: “Waarom doe je dat niet thuis?” We hebben ook een plug-in hybrid. “Dat is toch veel handiger, dan kun je tenminste kleuren op de IPad.” Zij denkt niet in een oud concept van trubbelig tanken, ze denkt in het nieuwe concept van thuis je auto opladen. Als we gaan verhuizen dan zal ze het raar vinden als er geen zonnepanelen op het dak van het nieuwe huis liggen. Daar zit de kracht, wij kunnen moeilijk afscheid nemen van oude manieren van denken, wij zijn als een olietanker die verander je niet zo eenvoudig van koers, die kinderen dat zijn speedbootjes.

Over de toekomst

We laten ons teveel leiden door onwetendheid, door slechte raad, mensen komen vaak niet verder dan zonnepanelen op dorpshuizen, maar dat is techniek van vijftien jaar geleden, we zijn nu toch veel verder! We moeten nu grondstofstromen definiëren en isoleren, materialen hergebruiken en nieuwe productieprocessen op gang brengen. Grondas gebruiken, niet als opvulsel onder nieuwe snelwegen, maar om huizen mee te bouwen in een circulair ontwerp, zodat het ook aan het eind van de levensloop goed gaat. Het is dezelfde moeite, maar overtuig nu eens de hele keten. Ik ben met Jacqueline Cramer begonnen met afvalstromen, kies er één uit, volg de hele keten, en als je ziet dat het model werkt, dan is het met de andere stromen niet meer zo lastig. Nu proberen we alle ballen in de lucht te houden en dat is moeilijk. Je kunt een olifant omver duwen als je ‘m eerst in mootjes hakt die je kunt behappen. En hou het flexibel, ik wil geen contracten voor tien jaar, want dan staat de innovatie stil.

Over de markt

Ik weet zeker dat de eerste zonnepanelen in Nederland op het dak van een gemeentehuis lagen. Iedere geschiedenisleraar zal je zeggen dat de overheid het doet. Sillicon Valley is ­begonnen bij de overheid en nergens anders, en de Sillicon Valley van de duurzaamheid wordt gecreëerd door de overheid. Deels door haar aanjaagfunctie als grootste klant, door rijk en gemeenten wordt bij elkaar voor 110 miljard ingekocht. Als we morgen voor tien procent daarvan verlangen dat het circulair is, dan jaag je in één keer het hele bedrijfsleven aan om over te schakelen, dan gaat het bedrijfsleven het bedenken, produceren en leveren. Maar pas op het moment dat er een markt is. Iemand moet die marktvraag creëren, maar als we die tien procent vragen, dan staat morgen heel de wereld op z’n kop. We hebben een voorbeeldfunctie en daar heb je leiderschap voor nodig. Ik heb een broertje dood aan het woord pilot. Als het is bedoeld om iets te proberen is het goed, maar we rollen het niet uit. We zijn heel trots als lokaal- of landsbestuurder op een icoonprojectjes, maar dan moet er nazorg zijn om te zorgen dat het wordt nagevolgd, en dat doen we niet.

 

Ik ben heel openhartig over de blauwe plekken in het proces, we kijken naar wat we fout doen met elkaar.

 

Over integraliteit

‘Wethouder duurzaamheid’, dat moet in de toekomst toch anders. Niet denken we gaan iets bouwen en hoe doen we dat duurzaam, met verantwoorde verf of zonnepanelen, nee, denken vanuit het ontwerp, integraal. Dan is elke wethouder een wethouder van duurzaamheid.
Iedereen begrijpt het: scholen hebben een voorbeeldfunctie, daar komen elke dag honderden of duizenden mensen. Je hoeft echt geen boekhouder of wetenschapper te zijn om uit te rekenen hoe positief zonnepanelen zijn: winst in euro’s, winst op CO2, alleen maar winst. Maar waarom liggen dan nog lang niet alle schooldaken vol met zonnepanelen? We zien dat het werkt en toch doen we het niet. Als een bakker goed en voedzaam brood aanbiedt, lekker, duurzaam, goed voor milieu, goed voor mijn kinderen, goedkoper, dan geeft dat toch een goed gevoel dan koop je dat brood toch elke dag?
Als dat niet gebeurt, net zoals met die zonnepanelen op de scholen, dan heb je leiders nodig, leiders die elke dag weer zeggen: “waarom koop je dat niet? “ Laat mij dan maar die zeurkous zijn. Dit is het thema. Het iedere dag beter doen, we kunnen steeds meer, we leren meer, en het wordt steeds duidelijker dat de oude manier slechter voor ons wordt en de nieuwe manier steeds beter.
En die nieuwe manier is eigenlijk oude kennis, terug naar een compactere economie. Het is ook een kwestie van doorgaan, volhouden, lange adem, bovendien speelt het not invented by me syndroom ons parten.

 

CASUS

Over gedrag

Huurders in corporaties doen vaak niet mee aan duurzaamheid. De woning is niet hun eigendom dus waarom zouden ze investeren daarin en hun inkomensprofiel laat dat bovendien niet toe. We hebben een concept uitgedacht waarbij we de woning verduurzamen zonder huurverhoging en zonder investering voor de corporatie, maar wel met een reductie van CO2.
Dat hebben we met 1500 huizen toegepast, en je ziet dat die bewoners zich ook heel anders gaan gedragen, duurzamer, ook met afval en andere zaken. Dat is boeiend. Het project is begonnen met een fout in ons systeem, we hebben ervan geleerd.

< Haarlemmermeer eerste gemeente | Vierde landelijke Cirkelstaddag >