Het circulaire interieur van ABN AMRO’s Circl

Eline Strijkers, DoepelStrijkers

“Als je interieur circulair ontwerpt, wordt het proces compleet anders,” vertelt Eline Strijkers, interieurarchitect en mede­oprichter van architectenbureau DoepelStrijkers. Haar bureau deed het interieur voor Circl, het nieuwe circulaire paviljoen van ABN AMRO. DoepelStrijkers ontwierp de begane grond en de kelder en had supervisie over het hele interieur. Strijkers vertelt hoe het proces is gelopen en welke oplossingen ze vonden.

Flexibel interieur gevraagd

ABN AMRO vroeg om een publiek gebouw waar tegelijkertijd zoveel mogelijk verschillende activiteiten konden plaatsvinden, achter elkaar en gedurende de dag. Dus hier moest het circulaire interieurontwerp op aansluiten. Strijkers: “We hadden wanden, vloeren en plafonds nodig die flexibel waren en licht van gewicht, die bijdroegen aan een beter comfort, die goed schoongemaakt konden worden, die toekomstbestendig in het interieur pasten, en het moest bijdragen aan de akoestiek omdat in Circl meerdere activiteiten tegelijkertijd kunnen plaats vinden.”

Circulair interieurontwerp als ­resultante van een 4-staps proces

Om circulaire oplossingen voor dit soort uitdagende vragen te realiseren, werkt DoepelStrijkers met een zelf ontwikkelde methodiek. “We zijn niet gewend om een eindbeeld aan het begin van een traject te definiëren. Een eindbeeld is altijd een resultante van een intensief proces.”

In dat proces worden voor elke interieuroplossing vier categorieën doorlopen, die ieder verschillende opties met zich meebrengen. In de eerste categorie bepaalt de ontwerper om welk soort component het gaat: een oppervlakte (vloeren, wanden, ­plafonds), een vast interieurobject, een los object, meubilair of iets anders, zoals verlichting of planten. 

In de tweede categorie definieert de ontwerper de condities waar de oplossing aan moet voldoen. Moet de component vooral flexibel zijn, bijdragen aan het comfort van de ruimte, moet het lichtgewicht zijn, of juist constructief en stevig?

In de derde categorie kiest de ontwerper voor een specifieke circulaire benadering of onderzoekslijn. Eén-op-één hergebruik van producten, remanufacture en object-als-dienst – het krijgt allemaal een plek in het gebouw.

In de laatste categorie kijkt de ontwerper naar de relevante materiaalstromen. Gebruik je hout, staal, plastic, textiel, of een heterogeen object? Strijkers: “Welke materiaalstromen zijn er vrijgekomen in het project zelf? Welke komen uit de omgeving, of van de opdrachtgever?”

Elk onderdeel van het circulaire interieur wordt hiermee een ­combinatie van vier keuzes, die samen het ontwerp bepalen. Zo is de wandafwerking in Circl een oppervlakte (categorie 1), hygiënisch en akoestisch (categorie 2), gemaakt van gerecyclede materialen en met een herbruikbaar ontwerp (categorie 3), waar textiel in is verwerkt van de opdrachtgever zelf, in de vorm van dienstkleding (categorie 4).

Met één druk op de knop in een andere ruimte

Met deze 4-staps-methodiek maakte DoepelStrijkers voor de begane grond van Circl een bewegend interieur, om verschillende optredens, exposities, presentaties en debatten te faciliteren. “We hebben vloeren, wanden en plafonds gemaakt die met één druk op de knop in verschillende configuraties geplaatst kunnen worden.” 

De akoestiek werd circulair verbeterd door wandafwerking met oude spijkerbroeken van de ABN AMRO medewerkers. En de aluminiumplaten voor de wanden zijn straks één op één te hergebruiken. “Alles is geschroefd en met droge verbindingen aan elkaar gezet” – zodat het zonder kapot te maken weer losgeschroefd kan worden. Circulair neergezet, circulair te ontmantelen.