Het Hof van Cartesius: collectief bouwen aan een circulair gebied

Bianca Ernst, Het Hof van Cartesius

Op een stenig industrieterrein in Utrecht bouwt een groep jonge ondernemers gezamenlijk hun eigen werkplek: Het Hof van Cartesius. In het gebied, het Werkspoorkwartier, staan de fabriekshallen van het voormalige Werkspoor. Arbeiders ­smeedden hier vroeger treinwagons met ijzer en steenkool. Nu gebeurt alles op basis van hergebruik. Oude spoorrails, sloophout of afgedankte deurklinken krijgen een plek. Een groene werkplek van gebruikte materialen. Samen opgetrokken, samen in gebruik. 

Bianca Ernst is een van de oprichters, samen met haar zus stedenbouwkundig architect Charlotte en Simone Tenda vormt ze het bestuur. Bianca vertelt enthousiast: “We zijn allemaal tussen de 30 en 40. Opgegroeid in een wereld van groei, waar consumptie de standaard was en de afvalberg is ontstaan. We hebben allemaal de drive om hier iets aan te doen.” Het collectief karakter is hierbij essentieel. De ondernemers die zich aansluiten bij Het Hof van Cartesius, nu dertig in totaal, vormen een coöperatie. Zo heeft iedereen die er werkt een stukje eigenaarschap op de gebouwen en op de gebiedsontwikkeling.

Twee plekken als katalysator voor circulaire gebiedsontwikkeling

Het begon met een dilemma van de Gemeente Utrecht. Die wilde na jaren van leegstand nieuwe levendigheid en creativiteit in het bedrijventerrein krijgen. Met meerwaarde voor de omringende woonwijken van het Werkspoorkwartier. Maar ze hadden het gebied niet in beheer. 

Wel had de gemeente twee plekken in eigendom. De voormalige fabrieks­hallen en de berm – een verwaarloosde groenstrook langs het spoor bij station Utrecht Zuilen. Vastgoed­ontwikkelaar Bob Scherrenberg nam de fabriekshallen in 2015 over en gaf ze een nieuwe functie als evenementlocatie en bedrijfsruimte. En de berm werd onder handen genomen door Het Hof van Cartesius. Zo werden de twee plekken een katalysator voor de ontwikkeling van het gebied.

De lessen van material-driven design

Waar eerst een berm was, werken nu diverse creatieve en circulaire ­ondernemers. Onderzoekers in  materialen, eco-designers, ondernemers die brood bakken van bierbostel, die maak-workshops voor kinderen geven, of die afgedankte meubels refurbishen. In één jaar tijd zijn drie paviljoens neergezet, met in totaal 1000 m2 aan werkplekken. Bianca Ernst deelt de lessen die ze daarbij hebben geleerd, en die ze meenemen naar de volgende fase: de groei tot 5500 m2 en 125 ondernemers.

Foto: RHAW architecture

Ten eerste was de samenstelling van het ontwerp- en bouwteam cruciaal. Een strak doortimmerd ontwerp was niet mogelijk. Met gebruikte bouwmaterialen ben je immers afhankelijk van wat er per moment beschikbaar is. Bovendien moesten de mee-­bouwende ondernemers de vrijheid hebben hun eigen gevel vorm te geven. Dus moest de architect flexibel zijn en vooral in hoofdlijnen meedenken, door kaders te geven als: “gelijke hoogte van raampartijen en deuren en maximaal twee soorten materiaal op de gevel.” Ook de aangestelde bouwers moesten creatief meedenken. “Want het is altijd mogelijk dat er geen match is tussen bouwplanning en beschikbaarheid van materialen.”

Om dit te laten lukken, was de rol van Bianca, Charlotte als opdrachtgever alles bepalend. “Wij moesten besluiten hoe ver we wilden gaan en blijven sturen op circulaire ­toepassingen.” 

Inmiddels zijn ze druk bezig met de volgende fase. In het komende jaar willen ze met drie of vier extra paviljoens de totale bedrijfsruimte op de voormalige berm vergroten tot 4000 m2. “Hiervoor willen we een professionele materiaalstraat inrichten waarbij we mensen met afstand tot de arbeidsmarkt inzetten op materiaalverwerking.”