Het Nieuwe Kantoor: werkplekken delen in een netwerk van duurzame panden

Het Nieuwe Kantoor

Remco Boelens, Het Nieuwe Kantoor

“Mijn missie is om zoveel mogelijk mensen te bewegen om na te gaan denken over hun kantoorbehoefte. En eens af te stappen van iedere dag die 600 man naar die ene stad te laten rijden, daar te laten werken en dan om vijf uur ’s middags weer naar huis te laten gaan.” Dat kan en moet anders, vertelt Remco Boelens, directeur van Het Nieuwe Kantoor (HNK).

Met een achtergrond in hospitality en concept marketing heeft Boelens zijn eigen kijk op duurzaam of circulair kantoorgebruik ontwikkeld. Eén die zich toespitst op de deeleconomie: slimmer en zuiniger omgaan met onze materialen door samen op te trekken, te kijken wat we kunnen delen en ongebruikte spullen of leegstand te voorkomen. Dat kan ook met kantoren. Hoe? Maak kennis met HNK.

De crisis als prikkel

“Wij zijn geboren op een van de diepste, donkerste dagen in de crisis, in Rotterdam” vertelt Boelens. HNK is een dochterbedrijf van NSI, de Fiscale Beleggings Instelling die belegt in Nederlandse kantoren. Net als andere vastgoedbeleggers kampte NSI toen, vijf jaar geleden, met structurele leegstand. Eén van haar grootste ­problemen stond in Rotterdam: een pand van 24.000 m2 waarvan 18.000m2 plots leeg kwam omdat de RET (het Rotterdams vervoerbedrijf) eruit trok. 

Als belegger kan je dan drie dingen doen. Je kunt je pand proberen te verkopen. Boelens: “Succes. Wie moet dat dan in die tijd gaan kopen, tegen welke waarde?” Je kunt op zoek naar nieuwe huurders. “Op een verschrikkelijk laag huurniveau had je er een paar kunnen binnentrekken, maar dan zit je vervolgens vijf tot tien jaar vast in een dramatische businesscase.” En de derde optie? “Radicaal wat anders gaan doen.”

Dus trok NSI de begane grond van het pand leeg. Ze bouwden het om tot een grote, open ruimte met horeca, ontmoetingsplekken, flexwerk, en vergaderplekken. “En met die vier-eenheid, die heel mooi samenwerkt, wist NSI reuring te creëren om daarmee uiteindelijk, in crisistijd, vloer voor vloer voor vloer weer succesvol aan de man te brengen.”

Van 500 naar 900 mensen, zonder op te hokken

Dit concept ontwikkelde zich in de vijf jaar daarna tot een zelfstandig merk: HNK, met inmiddels 14 vestigingen in Nederland, en ­groeiende. De vestigingen combineren twee werelden. Boelens: “De conventionele wereld, met grote vloeren en langere looptijden, en de kleine kantoren waar met name eerste en tweede fase bedrijven gebruik van maken.”

Met deze combinatie van groot en klein weet HNK bedrijven aan te sporen efficiënter met kantoorruimtes om te gaan. Dat kan door de verschillende, complementaire kantoorbehoeftes van de bedrijven bij elkaar te brengen en op elkaar af te stemmen. Boelens: “Met huurders, met business members, met horeca partners zijn we continu aan het kijken hoe we met elkaar kunnen zorgen dat we veel effectiever met onze panden omgaan.” Zodat er nu 900 mensen kunnen werken, op een plek waar er vroeger maar 500 pasten – maar met evenveel ruimte per persoon. 

Dat lukt door vloeren te delen, in een netwerk van panden met flexibele werkplekken. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je als verhuurder of beheerder van panden altijd doorvragen, naar de vraag achter de vraag van de huurders. Boelens: “Op het moment dat iemand bij ons besluit om 1000 meter te huren, dan gaan we eerst kijken wat die instelling echt nodig heeft. Acht van tien keer hebben ze helemaal geen 1000 meter met 50 stopcontacten nodig, maar blijkt dat ze maar 600 meter kantoorvloer nodig hebben en een aantal satellietkantoren door het land heen.” 

Divers netwerk als voorwaarde voor een geslaagde deeleconomie

Ook biedt HNK businessmemberships aan, waardoor mensen die veel onderweg zijn overal makkelijk kunnen landen in een zakelijke omgeving. “En iedereen die iets bij ons afneemt, is automatisch lid van club HNK.” Zo ontstaat een hechte netwerkstructuur, met mensen van verschillende achtergronden die iets aan elkaar kunnen hebben. Een voorwaarde voor een geslaagde deeleconomie. 

“We zijn er nog lang niet,” stelt Boelens. HNK en moederbedrijf NSI werken verder aan de verduurzaming van de portefeuille. Zo wekken ze 10% van de benodigde stroom voor hun panden inmiddels zelf op. En met compensatieregelingen hebben ze nu officieel een CO2-neutrale portefeuille. Boelens: “Het zijn mooie eerste stappen. Maar met name de stappen die we met onze partners, onze huurders, onze members nemen, in de sharing economy, die maken wat mij betreft dat we écht serieuze stappen aan het nemen zijn.”