New Horizon Social Impact: zonder afval en zonder uitval

New Horizon Social Impact

Michel Baars, New Horizon Social Impact

“Social return moet ‘return to social’ worden.” Zo schetst Michel Baars de drijfveer achter zijn nieuwe bedrijf New Horizon Social Impact, dochterbedrijf van New Horizon Urban Mining. Met New Horizon Social Impact creëert Baars banen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, voor het upcyclen van grondstoffen uit de bouwsector. Voor een stad zonder afval en zonder uitval. Wat is de achtergrond van deze nieuwe onderneming en hoe werkt het bedrijf?

Regie over grondstoffen betekent regie over arbeid

Met New Horizon Urban Mining ontmantelt Baars gebouwen via renovatie, transformatie of slooptrajecten (zie pagina 9). Het bedrijf is daarmee eigenaar en regisseur van veel grondstoffen en bouwproducten. Baars: “En met de regie over grondstoffen krijgen we automatisch ook regie over arbeid.” Om de grondstoffen uit sloop terug in het bouwproces te krijgen, moeten ze geschikt gemaakt worden voor hergebruik – upcyclen, waarde toevoegen.

Als regisseur over arbeid grijpt Baars deze kans aan om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in de circulaire economie te betrekken. Dit begon in Rotterdam, waar hij 1 miljoen euro aan arbeid op ontmantel-projecten wilde inzetten om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt een baan te bieden. Dit kwam neer op een zelfopgelegde social return van 20%.

Baars vertelt over de worstelingen om deze 20% social return waar te maken. De standaard praktijk bleek niet te werken. De opdrachtgever, in dit geval Woonbron, toetst de social return verplichting normaal gesproken via het WerkgeversServicepunt Rijnmond. Die hebben ongeveer 34.000 mensen in hun bestand die aan duurzame arbeid geholpen moeten worden. Het lukte niet om met deze kaartenbak de opdracht in te vullen. Dus ging Baars van ‘social return’ naar ‘return to social’: zélf de mensen opzoeken.

Mensen mooi werk en continuïteit bieden 

Baars: “Mijn manier van oplossen ligt in de markt, dus ik ben in de markt op zoek gegaan of dit anders kan.” Er diende zich een logische parallel aan, “zoals we in Nederland een grondstofvoorraad hebben die we blijkbaar niet zien, zo hebben we ook behoefte aan partijen die continuïteit kunnen bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt” – die via mooi werk weer volwaardig mee kunnen draaien. Alleen die behoefte wordt slecht geïnventariseerd. “Dus ik heb een directeur aangenomen die uit het sociale domein komt en ben ik een bedrijf gestart.” 

Met zijn nieuwe bedrijf, New Horizon Social Impact, zocht Baars al snel samenwerking met het Leger des Heils, Siza en andere zorginstellingen waarvoor ze ook sloopopdrachten doen. Ook zijn ze bezig met het overnemen van sociale werkplaatsen. Daar zit ontzettend veel kapitaal, in de vorm van “mensen die heel graag sloop- en upcycle-werk willen uitvoeren.” De koppeling met urban mining en upcycling bood de vereiste continuïteit.

UPstore winkels: marktplaats voor producten met een verhaal

De volgende stap was het openen van UPstore winkels, om fysieke werkplekken te maken. In de UPstore winkels wordt de link tussen de professionele en de particuliere markt gelegd, zodat er ten alle tijden vraag en aanbod van gebruikte materialen is. Particulieren kunnen spullen verkopen aan de UPstore winkels waar ze vanaf willen, maar waar ze wel waarde aan toekennen. New Horizon Social Impact vult het particuliere aanbod aan met producten uit professionele urban mining; nieuwe producten die ze uit afval maken of gebruikte producten uit renovatie, transformatie of slooptrajecten. 

De UPstore winkels lenen zich voor upcyclen van producten en materialen die bij het slopen van gebouwen vrijkomen, maar die je business-to-business niet kwijt kan. Zoals de lampjes boven de balie van een ziekenhuis in Veghel. Baars: “daar is een markt voor, maar dat is niet de professionele markt in Nederland.” Dat is de lokale markt van mensen die het leuk vinden om die lampjes te hebben, “omdat het producten met een verhaal zijn.”

De eerste UPstore winkel is reeds geopend in Alkmaar. Een tweede volgt binnenkort in Rotterdam, een derde in Amsterdam en een vierde in Den Haag. “Aan het eind van het jaar zijn het er 15 en eind volgend jaar 50,” vertelt Baars. En al die winkels worden gerund door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Om ze een vaste toekomst te geven in de circulaire economie.