OPINIE: Circulair opdrachtgeverschap: innovaties vragen of gelijk speelveld houden?

Opdrachtgevers vanuit de overheid zitten in een spagaat. Aan de ene kant willen ze de transitie naar een circulaire economie versnellen door alle opdrachten, alle nieuwbouw, renovatie, of sloop van hun panden, circulair in de markt te zetten. Om dat te doen, moeten ze om specifieke innovaties vragen. Zoals demontabele gevels, biobased asfalt, of materialenpaspoorten. 

Aan de andere kant wil de Rijksoverheid ook een ‘level playing field’ houden: niemand buiten sluiten of voortrekken, alle marktpartijen een eerlijke kans geven om opdrachten binnen te slepen en daarbij ruimte houden voor alle mogelijke innovaties. Hoe gaan opdrachtgevers hiermee om?

De overheid als verbinder tussen aannemers en leveranciers

Roger Mol, directeur Transities en Projecten bij Rijksvastgoedbedrijf, kiest voor een aanpak op “meta niveau” – niet vanuit specifieke innovaties en ontwerpen uitvragen, maar vanuit circulaire ontwerpprincipes. Rijksvastgoedbedrijf schrijft dus geen oplossingen voor, maar daagt marktpartijen uit principes als ‘een zo lang mogelijke levensduur’ overtuigend in te vullen. 

Daarnaast kan Rijksvastgoedbedrijf een rol vervullen in het verbinden van grote Nederlandse bouwbedrijven met innovatieve toeleveranciers van materialen en gebouwonderdelen. Roger Mol: “We kunnen zorgen dat het punt op tafel komt, door aan grote bouwers te vragen: wat gebruik je nou van die circulaire producten?” 

De overheid als maker van nieuwe ­werkvormen

Guido Braam, directeur van C-Creators en trekker van het Bouwprogramma MRA, ziet een derde mogelijkheid om als overheid de circulair economie te versnellen: door samen te innoveren. In Nederland zijn we goed in staat om samen te werken met overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Overheden hoeven dus niet ‘de innovatie’ aan de markt over te laten, maar kunnen dit samen oppakken met bedrijven en onderzoekers. De huidige aanbestedingspraktijk voor vastgoed leent zich hier niet goed voor. “Dus misschien moeten we een paar principes van het Europees aanbesteden, en de klassieke rolverdeling tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers, loslaten in een gecontroleerde, transparante omgeving.” 

De overheid als sleutel voor bestaande bouw

Hoe ziet zo’n samenwerking eruit, richting circulair vastgoed? Het moeten partners zijn die samen risico’s kunnen dragen en een langjarig samenwerkingsverband aan kunnen gaan, benadrukt Roger Mol. Dit is belangrijk omdat de grootste uitdaging ligt bij het circulair onderhouden en renoveren van bestaande gebouwen:
“80 procent van de gebouwen in 2050 staat er al.” Bij nieuwbouw heb je veel in de hand; bij bestaande bouw weet je vaak van tevoren niet wat je tegen gaat komen. Om hier samen te kunnen innoveren, moet je dus gezamenlijk, over lange tijd, risico’s kunnen dragen.

Juist de Rijksoverheid kan deze weg inslaan. Vergeleken met particulieren of bedrijven zijn overheden over langere tijd gebruiker van een gebouw. Guido Braam: “Als je als projectontwikkelaar of financier belang hebt om iets snel af te ronden, heb je geen belang bij lange termijn  waardebehoud.” Roger Mol vult aan: “Rijksvastgoedbedrijf is geen speculant die weg gaat en nieuwe initiatieven zoekt. Wij kunnen dus als gebruiker de levensduur van gebouwen voorop zetten.” Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf brengen nieuwe aanbesteding- en samenwerkingsvormen al in de praktijk – bijvoorbeeld met project DOEN.