OPINIE: Hoe versnellen we de ontwikkeling van circulair vastgoed?

“Leg de lat niet te hoog voor jezelf,” tipt Bianca Ernst aan opdrachtgevers en vastgoedontwikkelaars. Dat is een voorwaarde om überhaupt met circulair bouwen te beginnen. “Ik zie veel opdrachtgevers wikken en wegen, zodat ze niet in actie komen.” Terwijl beginnen het belangrijkst is. Zodra je begonnen bent, gaat die ambitie vanzelf omhoog.

Van lage lat naar hoge lat naar opschaling

Als zakelijk leider van de (ambitieuze) circulaire proeftuin Het Hof van Cartesius ondervond Bianca Ernst dit aan den lijve. “We begonnen alléén met de gevels” – die moesten van gebruikte materialen gemaakt worden. Uiteindelijk werden alle werkplekken bij Het Hof bijna volledig met bouwafval en reststromen in elkaar getimmerd. En werd de plek een circulaire hub voor het bredere gebied. 

Bovendien werkt het begin – de pilotprojecten – als katalysator voor de rest, voegt Jan Jongert toe. Als architect en medeoprichter van Superuse Studios begon hij met het opstellen van eenvoudige oogstkaarten, om vraag en aanbod van bouwafval in lopende projecten te verbinden. “Grotere architectenbureaus vragen ons nu hen te ondersteunen bij aanbestedingen en daar dit soort materiaalstromen in mee te nemen.” Er is zelfs vraag in China, om met de oogstkaart vrijkomende restmaterialen naar meer dan 100 bedrijventerreinen te kanaliseren.

Verandering in belasting en aanbesteding als voorwaarde voor de circulaire economie  

Toch is er volgens Jan Jongert meer nodig om werkelijk in een circulaire economie terecht te komen. “De belangrijkste slag is dat belasting op arbeid verplaatst wordt naar grondstof en energie. Zodat dit niet alleen idealisme gedreven, maar een gangbaar businessmodel kan worden.” Omdat arbeid nu altijd duurder is dan nieuw materiaal, delven gebruikte materialen – die met arbeid zijn opgewerkt – te vaak het onderspit in prijs-gedreven competitie.

Ook aanbestedingsprocedures zijn in de ervaring van Jan Jongert een bottleneck. “Honderd bureaus doen mee aan een vraag die niet precies gesteld wordt en vervolgens zit je in een proces waar je op andere zaken geselecteerd ben dan nodig is voor het project.” Om dit om te buigen, moeten we teruggaan naar waar aanbestedingen voor bedoeld zijn: om als inkoper verantwoording af te dragen voor de besteding van geld. 

Datzelfde doel kan je volgens Jan Jongert bereiken door het proces van samenwerken en uitvoeren transparant te maken. “In Afrika zijn hier voorbeelden van, waarbij 10% van het overheidsbudget niet wordt aanbesteed maar aan een partij wordt gegeven die vervolgens de verplichting heeft om transparant te maken waar alle budgetten terecht komen.” Wellicht kan blockchain technologie hier aan bijdragen?