OPINIE: Waar begint de circulaire ­transitie, bij jezelf, je buurman of het ­systeem?

Soms voelt ze zich als een kleuter die de cirkel door een vierkantje wil duwen, vertelt Cécile van Oppen van circulair adviesbureau Copper8. Namens het Transitieteam Circulaire Bouweconomie doet zij een oproep aan de sector tot zelfreflectie, want je kunt de ander niet veranderen, maar alleen jezelf: “Denk: hoe belemmer ik de circulaire economie? Om vervolgens een stap te zetten en de ander proactief mee te nemen.”

Sleep ze mee naar de buren

Maar hoe kom je van zelfreflectie naar samenwerking met anderen? Door in de belevingswereld van de ander te duiken, stelt Peter Paul van den Berg, directeur van het Belgische centrum voor duurzaam bouwen en wonen Kamp C. Hij benadrukt het belang van lokale samenwerking. Bouwbedrijven werken van klus naar klus en hebben soms geen tijd voor reflectie. “Maar je kunt ze wel aan de hand meenemen en laten zien dat mensen uit hun directe omgeving gave, circulaire dingen doen.”

Zorg dat het geen toeval is

Ellen van Bueren, hoogleraar Urban Development Management bij de TU Delft, zoomt nog verder uit, van het individu, via lokale samenwerking, naar een overkoepelend raamwerk dat losse projecten verbindt. “We moeten leerervaringen kunnen vergelijken, om al lerend op te schalen.” Als we dit doen, zo voorspelt ze, dan veranderen ook de standaarden die we gebruiken, zoals die van economische groei. 

Zo willen ze in de transitieopgave Binckhorst Noordwest, waar Ellen van Bueren een van de trekkers van is, ook bouwen voor kwetsbare groepen. “We willen circulaire economie koppelen aan scholing en werkgelegenheid in het gebied.” Zo krijg je een nieuwe invulling van ‘economische groei’, waarin ook sociale inclusiviteit wordt meegewogen.

Cécile van Oppen onderschrijft de noodzaak van nieuwe, overkoepelende normen die circulaire projecten verbinden. “We willen in de transitie niet meer afhankelijk zijn van toeval, van welke projecten er toevallig ontstaan, zodat ‘circulair’ écht onderdeel wordt van de praktijk.”  

Slechts een keuken met goede intenties

Dat kan lukken, reageert Peter Paul van den Berg, als circulair samenvalt met ­betaalbaarheid. Die kleine bouwbedrijven en particuliere sector vormen hierbij volgens hem de grootste uitdaging. De bouwbedrijven die elke dag in de wijk aan het slopen, uitbouwen, renoveren zijn, zoeken de goedkoopste materialen en vaklui om de opdracht van particulieren binnen te halen.

Eenzelfde les geldt voor de dagelijkse gebruikers van circulair ontworpen producten, vult Cécile van Oppen aan. Als een circulaire keuken er na dag één al uitgesloopt wordt om door te verkopen, dan is het geen circulaire keuken meer maar slechts “een keuken met goede intenties.” Er moet dus een financiële prikkel zijn om die keuken daar te houden. Dat was overigens ook onze ervaringen met Stadstuin Overtoom.
Bouwen met sloopmaterialen die lokaal vrij­komen, is goedkoper en werd daarom ook toegepast.