Waar gaan we volgens slopers en ­bouwers de komende jaren naartoe?

“Over twee tot drie jaar kost het slopen van gebouwen in Nederland geen geld meer,” stelt Michel Baars, oprichter van New Horizon Urban Mining. Zijn bedrijf, behorend tot de 5% grootste slopers van Nederland, laat zien dat het upcyclen van bakstenen, beton en houten kozijnen uit gesloopte woningbouw al opbrengst oplevert.

Voorbij certificering

Voordat dit voor alle sloop in heel Nederland geldt, moeten er stappen gezet worden op systeemniveau. Steven Hupkens van vastgoedontwikkelaar AM vult aan dat hiervoor ­bestaande regelgeving en certificatiesystemen op de schop moeten. Als projectontwikkelaar is Steven Hupkens betrokken bij de circulaire transformatie van de voormalige Bijlmerbajes. Het is al even geen gevangenis meer. Toch merkte hij hoe we “gevangen zitten in regeltjes en certificaten,” die efficiënt hergebruik in de weg zitten.

Thomas Heye, duurzaamheidscoördinator bij VolkerWessels onderneming Boele & Van Eesteren. sluit zich hierbij aan. Circulaire ambities bij ontwikkelaars en bouwers zouden in zijn ogen niet gestuurd en getoetst moeten worden door certificeringssystemen – “want certificering loopt altijd achter het peloton aan.” Toch gebeurt dit wel in de praktijk.

Circulaire E en W installaties als norm

Circulaire ambities zouden niet moeten stoppen bij bouwmaterialen en regelgeving. Ze moeten zich uitstrekken tot installaties – de hardware van de energietransities.  Om deze reden zijn bij het Urban Mining Collective ook partners als Rexel en Rensa aangesloten. Zij doen aan
‘mining’ van alle E en W installaties die ­vrijkomen uit de sloop van utiliteitsbouw.

Op systeemniveau vereist dit nieuwe verdienmodellen, waarbij energie, elektriciteit of warmte als dienst wordt aangeboden. Zo voorkom je dat nieuwe apparatuur waarin waardevolle grondstoffen zitten, zoals warmtepompen, straks laagwaardig gerecycled wordt. Thomas Heye: “Als  de installatie van de installateur blijft, kan het veel beter worden hergebruikt in de toekomst, als er efficiëntere methodes zijn.”

Michel Baars merkt hierbij op dat door “product-as-a-service” de producent er belang bij krijgt om installaties modulair te ontwerpen. In zijn ervaring worden installaties nu dikwijls bijna op maat gemaakt voor een opdrachtgever of gebouw. Wat binnenkomt via het Urban Mining Collective, is daardoor soms lastig op te werken voor hergebruik. “Het zou helpen als dit soort installaties meer modulair worden.”