Meten is scoren: Circulair financieren en beleggen
- Circulair financieren
Tag: Nieuws uit de community
2 juli 2026
Producenten en leveranciers kwamen op 15 juni bijeen op het (vrijwel) energieneutrale hoofdkantoor van bbn adviseurs in Houten tijdens de bijeenkomst van de community Producenten en Leveranciers ‘Samen werk maken van circulaire bouwmaterialen en hun prestaties’. Daar vertelden Ivana Radakovic (bbn) en Charley Meyer (abt) over de circulaire ‘vernieuwbouw’ van respectievelijk het bbn kantoor in Houten en het Paleis van Justitie in Den Haag en de lessen die ze daaruit hebben getrokken.
Dertig jaar. Zo lang zat bbn aan de andere kant van de straat. In 2022 liep het huurcontract af en was het tijd om het gebouw CO2-neutraal te maken. Dat zag de eigenaar echter niet zitten. Ivana: “Alle credits aan de directie van bbn, die het huurcontract direct opzegden en op zoek gingen naar een alternatief pand.” Dat werd, na een lastige zoektocht, gevonden: aan de overkant. “bbn adviseert over duurzaamheid in de meest brede zin, dus dat uitgerekend wij kantoor zouden houden in een niet duurzaam gebouw, zou natuurlijk een beetje vreemd zijn.”
Oude materialen, zoals kranten, legerkleding en jutezakken, werden geüpgraded en hebben een nieuwe functie gekregen. De vloer is gemaakt van oude kozijnen. “We zijn ver gegaan in onze ambitie voor circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er is zo veel mogelijk hergebruikt en zo min mogelijk nieuw toegevoegd.” De aanwezigen zijn onder de indruk. Het binnenklimaat wordt geregeld door zogeheten PCM’s (Phase Change Materials), “een soort zoutzakken die bevroren zijn. Als het warm wordt, wordt het materiaal vloeibaar en geeft het koude lucht af. Andersom, als het kouder wordt, wordt het weer een vaste massa en onttrekken ze koude aan de lucht en wordt het dus warmer.” Casper La Grouw (bbn): “Het is geen gratis energie, maar een buffer, die ervoor zorgt dat de temperatuur nooit boven het smeltpunt (26º C.) komt.”
Niet alles is gelukt. Ivana: “We wilden heel graag groen beton, maar de eigenaar vond het materiaal zo nieuw, en kreeg geen garantie voor het plaatsen van de houten constructie op deze vloer. We hadden van tevoren alles getest, alle documentatie was er, maar we zijn er uiteindelijk toch niet uitgekomen.”
De belangrijkste lessen zijn: op tijd beginnen, de juiste partijen om je heen verzamelen, en “dat je de binnenwanden niet zomaar op een parkeerterrein onder een zeiltje kunt opslaan en denken dat het wel goed komt. Volgens de aannemer kon het, maar toen we het zeil eraf haalden, was al het glas aan de binnenkant gecondenseerd. Dat was een waardevolle les; dat je snapt hoe bepaalde materialen zich gedragen.”
De hamvraag is natuurlijk wat de vernieuwbouw heeft gekost, maar dat is moeilijk te zeggen. Casper: “Het is iets duurder dan traditioneel. Maar daar staat tegenover dat het een flinke aantrekkingskracht heeft op andere bedrijven die hier willen komen, omdat wij hier zitten. Dit soort positieve neveneffecten (waardecreatie) zijn nog lastig in geld uit te drukken.”
Na een korte rondleiding daagt Cirkelstad-spinner Wytze Kuijper de aanwezigen om even uit de dagelijkse werkelijkheid te stappen en vooruit te kijken. Hij deelt de (lege) voorpagina uit van de krant ‘Cobouw(en) aan morgen’ uit het jaar 2040 met daarbij de vraag: wat is het grote nieuws van die dag in 2040?
Een greep uit de krantenkoppen:
Charley Meyer houdt een presentatie over de omvangrijke renovatie van het Paleis van Justitie in Den Haag. Het betreft 83.000 m2 bruto vloeroppervlak, met daarbovenop een extra uitdaging: “Het gebouw blijft in gebruik tijdens de verbouwing. Er mag echter geen bouwlawaai doordringen tot de zittingzalen. Dat betekent een grote opgave wat betreft akoestisch onderzoek.”
De belangrijkste ambities zijn: bestaand materiaal herwaarderen, gezondheid en het toepassen van het Earth Wind & Fire concept, dat voor een dynamisch klimaat zorgt. “We optimaliseren niet het hele gebouw, maar kijken naar de activiteiten per zone. Zodoende hebben we nog maar weinig installaties nodig. ’s Ochtends loopt de temperatuur wat langzamer op, in de wachtgebieden wordt het wat frisser. We hebben behoorlijk wat gesprekken gevoerd om de gebruikers mee te nemen in de nieuwe situatie. Daar is flink wat tijd in gaan zitten.”
Nog iets dat “gigantisch veel tijd” kost: inventariseren. “Daarom zijn we gaan werken met een inventarisatie-app. Als we door het gebouw lopen, kunnen we de benodigde informatie meteen invoeren. Die gegevens belanden in een Excel-bestand, dat we dan weer gebruiken voor een materialenpaspoort.”
Vanaf het begin is er gekeken naar de grootste impact die behaald kon worden met betrekking tot CO2-reductie (uitstoot en opslag), en die lag bij het hergebruiken en opwaarderen van bestaande beglazing en steen-achtige materialen. “Beglazing is het meest interessante aspect van dit project,” vertelt ze. “De focus ligt op het behouden van het bestaande glas, het polijsten van de randen en het vullen van de spouw met argongas. De kernvraag gaat over de sterkte van het verouderde glas en de reparatiemogelijkheden. We hebben 200 panelen in detail geïnspecteerd. Op dit moment wordt een aantal ruiten in het lab van AGC onderzocht. Over een aantal maanden ronden we het TO af en in de telling staat nu nog dat 75% van het glas kan worden hergebruikt.”
Eén van de geleerde lessen is de kwaliteit van het glas. “Dat was veel beter dan we dachten. We hebben echt een veel hogere kwaliteit in onze bestaande gebouwen dan we op voorhand denken.” Op de vraag waar ze het meest trots op is, is dat, niet geheel verrassend: “Het glasonderzoek. Om een producent zover te krijgen om dit onderzoek met ons op te pakken, en hoeveel we van elkaar leren, dat is heel interessant. Als we dit op deze schaal voor elkaar krijgen hebben we echt iets baanbrekends gedaan.”
Wytze neemt het woord en drukt de aanwezigen nog maar eens op het hart: “We voldoen nog lang niet aan de doelstellingen van 2030, dus er is werk aan de winkel.” Maar hij zegt ook: “Doe dat in alle rust. Het hoeft nog niet perfect te zijn. Al doende leren we. Dus ga met ons, de keten, je opdrachtgever in gesprek, want juist door het samen bepalen wat je wil meten en monitoren, weet je waar je staat en waar verbeterpotentieel ligt en kom kom je allerlei gekke weerbarstige dingen tegen, zoals biobased componenten die onvoldoende beoordeeld worden, de MPG die multi-interpretabel is, de vraag of de fundering meetelt of juist niet, enzovoort.” Het gaat om het delen van kennis, over de hele linie. Wat doe je bijvoorbeeld met alles wat na de sloop vrijkomt en niet meer bruikbaar is? “Architecten moeten weten: dit moet er nóóit meer in. Nog steeds worden bepaalde isolatiematerialen gebruikt, terwijl we dondersgoed weten dat we er niets mee kunnen na einde levensduur. Er zijn alternatieven en die voldoen gewoon aan de gestelde criteria.”
De brochure Woonconcepten en hun prestaties en de 1.700 projecten waar HNN-data van is verzameld zijn een inspirerend voorbeeld hoe het met projecten en concepten al kan.Nu is het aan de producenten en leveranciers om hier gezamenlijk werk van te gaan maken.
De grote opgave is er samen voor te zorgen dat het speelveld gelijk gemaakt wordt. “We zijn geen concurrenten,” zegt hij. “En we hoeven je recept niet te weten, maar wel waarop je beoordeeld wilt worden en dat hier inzicht in wordt gegeven. Als we daarover in gesprek gaan, ontstaat er een constructieve beweging, en krijgen we in kaart wie wat waar doet en op welke manier. Dit is de tijd van consolidatie. Niet van eilandjes die onafhankelijk van elkaar het wiel uitvinden.”
Heb je vragen of wil je je aanmelden bij Cirkelstad Producenten & Leveranciers? Neem contact op Wytze Kuijper wytze.kuijper@cirkelstad.nl