Samen versnellen naar een circulaire toekomst: terugblik op het HNN-leertraject in de GMR
- Het Nieuwe Normaal
Tag: Nieuws van Cirkelstad
20 juli 2026
We zijn op deze maandag 6 juli te gast bij Aalberts Bouw en ontwikkeling in Loosdrecht. Op deze mooie dag niet de gebruikelijke vergaderomgeving, maar we verzamelen in de safari-tent die staat op het buitenterrein. Een prachtige setting die past bij ‘de reis’ die alle genodigden gemaakt hebben voorafgaand aan deze bijeenkomst. Ze hebben zich ieder voor zich ingezet om, zo ongebruikelijk dat nog is, terug te kijken op een gerealiseerd project, vanuit het perspectief van gemeenten, opdrachtgevers, opdrachtnemers en conceptaanbieders.
De bijeenkomst stond in het teken van de uitkomsten en inzichten van de 10 projectevaluaties, met als bedoeling: Wat deze projecten ons kunnen leren over de verdere ontwikkeling van circulair- en toekomstbestendig bouwen? Het leertraject laat zien dat de transitie naar een circulaire en toekomstbestendige gebouwde omgeving niet begint met nieuwe eisen maar met kennismaken, samenwerking, een gedeelde taal gebruiken, gedeelde ambities benoemen en het vermogen om van elkaar te willen leren.
De bijeenkomst begon met een toelichting op de recente ontwikkelingen van Het Nieuwe Normaal (HNN). Wytze Kuijper liet zien hoe HNN zich ontwikkelt tot een gemeenschappelijke taal voor circulair bouwen. Niet als doel op zich, maar als hulpmiddel om opdrachtgevers, ontwerpers, adviseurs en bouwers vanuit dezelfde uitgangspunten te laten samenwerken. De kern van HNN is het creëren van duiding, eenduidige definities en van keuzes prioriteren, zodat de sector niet alleen dezelfde ambities deelt, maar deze ook daadwerkelijk kan en gaat realiseren.
Aansluitend werd de relatie gelegd met Toekomstbestendig Bouwen (TBB). Waar HNN richting geeft aan de duurzame context bij project- en gebiedsopgaven. Het raamwerk TBB helpt om aanvullend op het thema’s energie, natuurinclusief en biodiversiteit, klimaatadaptief, duurzame mobiliteit en gezondheid onderdeel te maken van project- gebiedsopgaven. Circulariteit vormt daarbij een belangrijk fundament, maar staat niet op zichzelf.
“Als ik straks aan het einde van deze middag één ding hoop wat jullie meenemen, dan is dat niet een MPG-score of het gevoel van wie is er beter.! Ik hoop dat jullie straks naar huis gaan met de vraag: wat kan ik nog veel leren (van collega’s) en wat ga, wil, kan ik morgen anders gaan doen! Want daar draait deze middag uiteindelijk om”.
“We staan midden in een enorme transitie. We moeten sneller en betaalbaar bouwen. Met minder CO₂. Met minder primaire grondstoffen. Met meer biodiversiteit. Liefst ook een gezonde leefomgeving met meer toekomstwaarde. En eerlijk gezegd verwachten we soms dat één project al die opgaven tegelijk oplost. Dat is onmogelijk en gelukkig is dat ook niet gelijktijdig allemaal nodig. Want transities worden niet gewonnen door één perfect project. Transities worden gewonnen doordat duizenden projecten ieder jaar nét iets slimmer worden. En precies daarom zitten we hier”.
Centraal in het leertraject stonden tien woningbouwprojecten, waarvan acht volledig zijn geëvalueerd. De projecten verschilden sterk in schaal, bouwmethodiek, materiaalgebruik en opdrachtgeverschap. Juist deze diversiteit maakte het mogelijk om patronen te herkennen die project overstijgend zijn.
De projectevaluaties maakten duidelijk dat toekomstbestendig bouwen niet afhankelijk is van één specifieke bouwmethode. Zowel houtbouw, hybride constructies als prefab betonconcepten kunnen bijdragen aan duurzame prestaties, mits de ambities vroegtijdig onderdeel worden van het ontwerp- en besluitvormingsproces.
Verschillende projecten lieten zien dat opdrachtgevers een cruciale rol spelen in het bepalen van de uiteindelijke prestaties. Wanneer circulariteit expliciet onderdeel is van de uitvraag, ontstaat gedurende het gehele project ruimte om integraal op duurzaamheid te sturen. Projecten zoals Leeuwenpoort laten zien hoe materiaalkeuzes, natuurinclusiviteit en circulaire ontwerpprincipes elkaar kunnen versterken wanneer deze vanaf de start onderdeel zijn van de projectambitie.
Andere projecten maakten juist zichtbaar dat technische optimalisatie alleen onvoldoende is wanneer circulaire doelstellingen niet expliciet worden benoemd. Bij Rengerswetering was veel aandacht voor efficiënt bouwen en energieprestaties, terwijl de circulaire ambitie vanuit de opdrachtgever beperkt bleef. Daarmee werd zichtbaar hoe bepalend de initiële projectambitie is voor de uiteindelijke resultaten.
Tegelijkertijd liet het project Annapark zien dat ook zonder expliciete circulaire doelstellingen belangrijke circulaire kwaliteiten kunnen ontstaan. Door modulair en verplaatsbaar te ontwerpen werd een gebouw gerealiseerd met een hoge mate van losmaakbaarheid en toekomstwaarde. Dit onderstreept dat goede ontwerpprincipes vaak al bijdragen aan circulariteit, ook wanneer deze niet als zodanig worden benoemd.
Na de projectbesprekingen werden de resultaten van de HNN-evaluaties gezamenlijk geanalyseerd. Daarbij ontstond een waardevol overzicht van de huidige stand van zaken binnen de deelnemende projecten.
Opvallend was dat indicatoren rondom milieu-impact over het algemeen veel informatie beschikbaar is omdat informatie uit de verplichte MPG-berekening rollen. De milieuprestatie van gebouwen mbt materiaalgebonden CO₂-uitstoot worden steeds vaker berekend en gebruikt als sturende doelstelling voor CO2-impactreductie soms al vooruitlopend op de WLC-GWP. Voor andere thema’s – materiaalgebruik (o.a. herkomst van materialen) en waardebehoud (o.a. losmaakbaarheid, adaptief vermogen en hergebruikpotentie), blijkt de kennis en toepassing nog minder onderdeel te zijn van een projectopgave.
De evaluaties maakten duidelijk dat de uitdaging zich steeds minder beperken tot het beschikbaar hebben van prestaties. De volgende stap ligt namelijk vooral in het organiseren van eigenaarschap (implementeren): wie neemt verantwoordelijkheid voor welke ambitie en prestatie, wie borgt deze gedurende het project en hoe zorgen we ervoor dat opgedane kennis behouden blijft voor volgende projecten?
Een belangrijke conclusie uit het leertraject is dat zowel bij het toepassen van HNN als TBB echte waarde krijgen wanneer er aan de voorkant van een project is ingezet op gezamenlijk gekozen afwegingen voor indicatoren die relevant zijn voor dit project en gebiedsopgave of voor de eigen bovenliggende ambities en doelstellingen op organisatieniveau. De instrumenten zijn geen beoordelingssystematiek achteraf, maar ondersteunen juist het gesprek aan het begin van een project.
Door vroegtijdig expliciet te maken op welke thema’s en indicatoren wordt gestuurd en welke ambities prioriteit krijgen, ontstaan betere ontwerpkeuzes en kunnen betrokken partijen gedurende het project bewuster samenwerken. De evaluaties bevestigen dat succesvolle projecten zich kenmerken door duidelijke ambities, integrale samenwerking en een opdrachtgever, opdrachtnemer en gemeente die actief richting geven aan de gewenste prestaties. Duidelijk is ook dat de ‘volwassenheid’ van HNN laat zien hoe het bijdraagt aan invulling geven aan circulariteit in projecten.
Bij de TBB-evaluatie (Bèta-versie) staan we aan de beginfase van het te ontwikkelen raamwerk en nog te ontwikkelen taal en leidraden. De geleerde lessen van de aanpak van het ontwikkelen van het raamwerk-circulariteit, geeft een enorme impuls aan het doorontwikkelen van de thema’s van TBB. Ook wordt duidelijk dat de thema’s van TBB niet alleen betrekking hebben op een gebouw maar ook het gebied. Dit vraagt dus om een project overstijgende afstemming met andere disciplines in de gemeente en soms ook daarbuiten.
De hoeveelheid beschikbare informatie bij TBB verschilt sterk per project, en heeft duidelijk een correlatie met de relatie tussen gemeente, opdrachtgever en opdrachtnemer en in welke fase het project zich bevindt. Over energie is er concrete informatie beschikbaar omdat er een duidelijke methode ligt en wettelijke eisen.
Tijdens de afsluitende bespreking zijn de belangrijkste lessen uit het leertraject benoemd.
Allereerst blijkt dat samenwerking belangrijker is dan afzonderlijke technische oplossingen. De beste resultaten ontstaan wanneer opdrachtgevers, ontwerpers, bouwers en adviseurs vanaf de initiatiefase gezamenlijk optrekken.
Daarnaast werd zichtbaar dat veel projecten al verder zijn dan vooraf werd gedacht. Goede circulaire keuzes worden regelmatig gemaakt vanuit vakmanschap of praktische overwegingen, zonder dat deze expliciet waren gekoppeld aan HNN of TBB. Door projecten systematisch en middels een interview te evalueren worden deze kwaliteiten zichtbaar en kunnen zij worden benut in volgende projecten.
Een derde belangrijke les is dat evalueren geen eindpunt vormt. De grootste waarde van een projectevaluatie ligt niet in de behaalde score, maar in het gesprek dat daaruit ontstaat. Juist door ervaringen met elkaar te delen groeit het gezamenlijke lerend vermogen van de sector.
Het HNN/TBB-leertraject heeft laten zien dat toekomstbestendig bouwen meer vraagt dan het toepassen van nieuwe indicatoren, leidraden of normen. De echte opgave ligt in het ontwikkelen van een gezamenlijke manier van werken waarin ambities expliciet worden gemaakt, projecten systematisch worden geëvalueerd en opgedane kennis actief wordt gedeeld.
Daarmee verschuift de rol van HNN en TBB. Zij zijn niet langer uitsluitend instrumenten om prestaties te meten na DO, maar vormen steeds meer hulpmiddelen om samenwerking, besluitvorming en ontwerpprincipes continue te verbeteren en te ondersteunen.
Inzicht in data vormt de basis voor het sturen op circulariteit. Door naast de verplichte MPG ook de indicatoren van Het Nieuwe Normaal (HNN) uit te vragen – vaak met één druk op de knop beschikbaar – ontstaat direct inzicht in meerdere circulariteitsindicatoren. Dit maakt het mogelijk om gezamenlijk te bepalen welke prestaties relevant zijn om te monitoren en te vergelijken met een landelijke benchmark, door te rekenen met behulp van BCI, GPR of Madaster. Zorg er daarnaast voor dat alle betrokken partijen beschikken over dezelfde, actuele milieudata, zodat keuzes zijn gebaseerd op eenduidige informatie en circulaire ambities gedurende het hele project worden geborgd.
Een succesvolle toepassing van TBB vraagt om duidelijke kaders, heldere verantwoordelijkheden en een praktische vertaling naar de projectpraktijk. Maak een duidelijke verdeling tussen verantwoordelijkheden op kavel- en gebiedsniveau, stem TBB en Het Nieuwe Normaal (HNN) goed op elkaar af om verwarring over indicatoren te voorkomen, en werk met haalbare ambities per thema in plaats van een eenzijdig vastgestelde eis. Onderzoek daarnaast de financiële impact en de waarde van verschillende TBB-indicatoren en houd rekening met de context, aangezien de toepassing van TBB in een dichtbebouwd gebied andere afwegingen vraagt dan in een onbebouwde omgeving.
Bouwen aan een sterke interne organisatie begint met het verankeren van duurzaamheid in de organisatie. Een betrokken interne duurzaamheidsadviseur speelt hierin een sleutelrol door circulaire ambities te vertalen naar concrete doelstellingen, vanaf de conceptfase richting te geven aan duurzame en haalbare keuzes en gedurende het gehele bouwproces de samenwerking met interne en externe partijen te versterken.
De geëvalueerde projecten laten zien dat circulair en toekomstbestendig bouwen niet langer draait om losse maatregelen, maar om een integrale aanpak waarin ontwerp, samenwerking en organisatie samenkomen. Conceptuele en modulaire bouw bieden hierbij een sterke basis: ze vergroten de duurzaamheid, verhogen de materiaalefficiëntie en losmaakbaarheid en creëren tegelijkertijd ruimte voor langdurige samenwerkingen met leveranciers.
Succes begint met het vroegtijdig formuleren van heldere ambities en het kiezen van concrete prestatie-indicatoren. Door circulaire doelstellingen meetbaar te maken en duidelijke afspraken te maken over monitoring, verantwoordelijkheden en kennisdeling, ontstaat inzicht in de daadwerkelijke impact en kunnen projecten continu worden verbeterd.
Tevens blijkt dat circulaire ambities zich niet mogen beperken tot individuele projecten. Om blijvende vooruitgang te realiseren, moeten deze ambities worden verankerd binnen de gehele organisatie en worden gedragen door alle betrokken partijen. De groeiende aandacht voor de thema’s van Toekomstbestendig Bouwen (TBB) benadrukt dat de sector zich steeds sterker ontwikkelt richting een duurzame, circulaire en klimaatbestendige bouwpraktijk. De uitdaging ligt nu niet meer in het formuleren van ambities, maar in het structureel realiseren en borgen ervan.
De bovenliggende opbrengst van dit leertraject is dan ook niet het ‘beoordelen’ van projecten, maar het ontstaan van een lerende gemeenschap, waarin iedere projectevaluatie bijdraagt aan de kwaliteit van het volgende project. Zo wordt niet alleen gebouwd aan betere gebouwen, maar ook aan een bouwsector die continu leert, innoveert en gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt voor een circulaire en toekomstbestendige leefomgeving.
Wytze Kuijper | wytze.kuijper@cirkelstad.nl | 06.22.968.568