Praatplaat: het ideale proces voor toekomstbestendige gebiedsontwikkeling
- Gebiedsontwikkeling
23 maart 2026
Begin maart kwam Cirkelstad Drechtsteden bij elkaar voor een middag vol met HNN-infra. Tijdens deze bijeenkomst verkende de deelnemers hoe zij HNN-Infra kunnen toepassen in projecten en aanbestedingen binnen de GWW‑sector. Ze werkte aan praktijkcasussen, indicatoren en kregen inzicht in hoe publieke en private partijen hiermee aan de slag gaan.
Sandra Nap opende de sessie met een toelichting op het Programma Kleine Gemeenten. Zij benadrukte dat juist kleinere gemeenten een belangrijke rol spelen in de circulaire transitie. Met 250 gemeenten onder de 50.000 inwoners ligt hier veel potentie: korte lijnen, ruimte om te experimenteren en de mogelijkheid om snel te leren.
Het programma biedt trainingen, werksessies, een actieve community en jaarlijks acht uur begeleiding bij een eigen project. Daarmee kunnen gemeenten direct stappen zetten in circulair bouwen, ontwerpen en aanbesteden. “Gemeenten krijgen de ruimte om hun eigen tempo te bepalen en samen te bouwen aan een circulaire toekomst,” aldus Sandra.
Thijs Mackus nam ons mee in de uniforme aanpak van HNN. De schaarste aan grondstoffen vraagt om een andere manier van werken. Daarbij geldt:
• Voorkomen van materiaalgebruik staat voorop;
• Grondstoffen moeten zo lang mogelijk in de keten blijven;
• Hoogwaardig hergebruik levert veel waarde op.
Met meer dan honderd definities van circulariteit is eenduidigheid essentieel. Het Nieuwe Normaal (HNN) biedt die structuur met indicatoren voor infra, bouw, sloop en openbare ruimte. Door te werken met projectdata kunnen opdrachtgevers steeds scherper sturen op specifieke prestaties.
Erik Hoeksema (BAM Infraconsult) deelde een casus over het vervangen van twee verkeersbruggen in Overijssel. De provincie koppelde haar circulaire ambities aan HNN‑infra indicatoren en gaf ruimte voor samenwerking en leerdoelen.
Belangrijke uitgangspunten:
• Overheden willen in 2050 circulair werken;
• Keuzes worden transparant en objectief gemaakt;
• Gunningcriteria sluiten aan op HNN‑indicatoren.
Tijdens de sessie ontstond een gesprek over de vraag wie binnen een project verantwoordelijk is voor HNN. De conclusie: de projectcontext bepaalt welke indicatoren relevant zijn. Niet elk project vraagt om het volledige pakket.
De deelnemers werkten in groepen aan een HNN-Thema. Hieronder de belangrijkste inzichten uit de terugkoppeling:
• Begin met een consultatie aan de markt om te verkennen wat al mogelijk is en wat de markt daarvoor nodig heeft vanuit de opdrachtgever.
• Door de contractvorm van een bouwteam zijn alle disciplines direct aan tafel (beheer, onderhoud, ontwerp) ontstaat meerwaarde.
• Een ondergrens en plafondbedrag helpen richting geven zonder innovatie te beperken.
• Te strak aanbesteden kan creativiteit belemmeren; te open biedt ruimte voor discussies. Een balans is nodig tussen geld, tijd en ambitie.
• Op te leveren producten zoals materialen paspoort en losmaakbaarheid.
• Als selectie-eis relevante reverenties, echter sluit bedrijven met weinig ervaring uit.
• Plan van aanpak om de circulaire ambitie te borgen binnen het bouwteam en in het project
• Als circulaire indicatoren van HNN worden behaald geef een beloning fee, positief stimuleren voor het halen van indicatoren.
Hoe BAM circulariteit concreet maakt
BAM beschrijft hoe zij circulariteit concreet maakt door de volgende stappen te nemen: Betrek bij het startmoment alle partijen:
De varianten hadden de volgende uitganspunten welk vervolgens zijn gevalideerd met de HNN- indicatoren een maakbaarheid:
o Hergebruikte betonnen liggers voor de constructie
o Hergebruikte secundair stalen liggers voor de constructie
o In-situ beton met hergebruikte elementen
o Meerdere fietsbruggen hergebruiken tot één brug
De variant met hergebruikte liggers bleek het meest circulair en maakbaar door de varianten afweging was het objectief te onderbouwen. Een technische beoordeling bevestigde de kwaliteit van de liggers. Secundair staal variant viel af doordat constructief staal minder goed verkrijgbaar was op dat moment op de markt. Michiel Romer: “Eerst verdiepen in de details, daarna varianten vergelijken maakt dat keuzes beter onderbouwd zijn.”
Janneke Moors (Gemeente Pijnacker‑Nootdorp) deelde een verkenning naar het gebruik van windmolenbladen als brugconstructie. Door de vervanging van veel windmolens komen de komende jaren grote hoeveelheden bladen vrij. TU Delft, Cirkellab en verschillende startups onderzoeken de mogelijkheden. De gemeente ziet kansen voor een pilot binnen de circulaire bedrijventerrein ‘De Boezem’. De bedrijven op het terrein tonen bereidheid om bij te dragen. Er wordt gewerkt aan een intentieovereenkomst en kostenanalyse. Belangrijk leerpunt: niet te vroeg vastlopen in vormkeuze, eerst de markt verkennen.

Janneke Moors (Gemeente Pijnacker‑Nootdorp) deelde een verkenning naar het gebruik
van windmolenbladen als brugconstructie.
Tijdens de bijeenkomst werd ook stilgestaan bij het nieuwe lidmaatschap van Omgevingsdienst Zuid‑Holland Zuid (OZHZ). Directeur Ronald Visser benadrukte het belang van zowel economische als milieukundige afwegingen. De komende tijd gaat OZHZ aan de slag met verschillende trainingen over circulariteit intern en circulaire projecten die daaruit volgen. Ronald Visser: “1 + 1 wordt hier drie, misschien zelfs vier.”
Selecteer alleen de HNN‑indicatoren die passen bij de projectcontext.
Transparantie in de uitvraag voorkomt discussie en stimuleert innovatie.
Hergebruik van materialen gebeurt nu al, er liggen grote kansen zeker bij infrastructuur projecten.
Wil je keer deelnemen aan een sessie van Cirkelstad Zuid-Holland of meer weten over het partnerschap van Cirkelstad? Neem dan contact op met Sandra Nap en Lopa Grim via zuidholland@cirkelstad.nl.