Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Cirkelstad Zuid-Holland: Paris Proof & Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling

Tag: Nieuws uit de community

7 april 2026

Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling helpt grote en urgente opgave tijdig te adresseren: van CO2-reductie tot natuurinclusiviteit en van netcongestie tot strengere Europese kaders. De vraag is niet óf versnellen noodzakelijk is, maar hoe we dat slim en haalbaar organiseren.Drie sprekers geven richting en handen en voeten om te versnellen. Gertjan de Werk (Cirkelstad): “De Europese Green Deal is geen ver-van-je-bed-show. Het is de standaard waar we als we slim zijn nu al op voorsorteren.”

 

 

 

 

 

 

Gertjan de Werk laat zien hoe de Europese Green Deal steeds meer richting geeft aan gebiedsontwikkeling.  Elk ruimtelijk besluit heeft positieve of negatieve gevolgen voor de toekomstige  CO₂‑uitstoot. Een blik vooruit: Whole Live Carbon zal een belangrijk stuur geven aan de bouw. Dan wordt BENG 1 en 2 gecombineerd met strengere MPG normen strenger richting 2030 en 2050.  In toekomst bestendige gebiedsontwikkeling vallen ook onderdelen als: netbewuste ontwikkeling, emissieloos bouwen (stikstofdruk) en een gezonde leefomgeving. Door CO2uitstoot sturend in elke planfase te maken is het later in het proces eenvoudiger om deze ambitie ook echt te halen. Wat Gertjan betreft is de tijd van vrijblijvende ambities voorbij. Denk bijvoorbeeld aan de natuurkwaliteit die vanaf 2030 niet verder mag verslechteren. Stel per gebied duurzaamheidsdoelen centraal en verbind deze aan en gebied specifieke opgaven. “De tijd van vrijblijvend experimenteren is voorbij. Biobased is geen innovatie meer, het is een noodzakelijke bouwlogica.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Biobased de sleutel tot versnelling

Biobased materialen in gebouwen bieden minimaal 25% extra CO₂-reductie in gebiedsontwikkeling. Dit kan oplopen tot 55% van de totale CO₂-uitstoot in sommige wijken, bijvoorbeeld door een (biobased) alternatief te bieden voor autogerichte straten met weinig groen. Borg de duurzaamheidsambitie stevig in het stedenbouwkundigplan. Het ontwerp van de wijk bepaalt de footprint, niet alleen het gebouw.”

Daarnaast biedt het toevoegen van gemeenschappelijke voorzieningen nieuwe kansen om verdichting te combineren met een hoge leefkwaliteit. Hoewel deze keuzes lef vragen, leveren ze ook veel op: minder asfalt, meer groen en extra ruimte voor klimaatadaptatie. Zo ontstaat een wijk die niet alleen duurzamer is, maar ook aantrekkelijker en toekomstbestendig.

Haalbaarheidsstudies

Arthur Friederichs (Haskoning) presenteert de aanpak van de Paris Proof doorrekening van de gebiedsontwikkeling Waterkant in Rotterdam-Zuid. De haalbaarheidsstudie richtte zich op ontwerpkeuzes, hoe de bestuurlijke besluitvorming te ondersteunen is wordt nu nog ontwikkeld.

Op basis van parametrische ontwerp doorrekeningen zijn het CO2 budget en energie- doelstellingen richting WENG (werkelijke energieneutraal) in het model geprogrammeerd. Betaalbaarheid en haalbaarheid zijn ook als parameter opgenomen.

De analyses laten zien dat voor laag-, midden- en hoogbouw de optimale varianten allemaal uitkomen op een verbeterd isolatiepakket, U-waarde van 0,7 en een biobased constructie met hybride opwekking.  Arthur: “De optimale varianten zijn geen toeval: een biobased constructie met verbeterde isolatie presteert simpelweg het best.”

Met de studie van Haskoning op basis van parametrische modellen wordt tijd bespaard en de besluitvorming verbeterd. Door tientallen variabelen (glaspercentages, isolatiewaarden, bouwhoogtes, materialisatie, oriëntatie) in één model te combineren, ontstaat direct inzicht in de gevolgen van keuzes. Arthur: “Parametrisch modelleren versnelt niet alleen het ontwerp, maar ook de besluitvorming. Het maakt keuzes eindelijk toetsbaar.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Almere Pampus

Udo Garritzmann (Rijksvastgoedbedrijf) stelt direct: “als we klimaatdoelen willen halen, is het onvoldoende om alleen naar de impact van gebouwen te kijken. In wijken zoals Almere Pampus, een toekomstige stadsuitbreiding met 25.000–35.000 woningen en 16.000–22.000 banen, ontstaat de echte CO₂-impact op wijkniveau.

Udo toont hoe dichtheid, blokmaten, mobiliteit en functiemix de emissies bepalen factoren die in gebiedsontwikkeling vaak onderbelicht blijven. Veel bestaande studies missen volgens hem inzicht in methodiek en herleiding, waardoor dichtheden of woninggroottes nauwelijks te vergelijken zijn.

Wanneer je naar de stad kijkt door de bril van CO₂-uitstoot, verschuift de aandacht al snel van het aantal woningen naar iets fundamentelers: de ruimte die elke persoon gebruikt. Dus niet hoeveel we bouwen, maar hoe groot we bouwen. Zodra je woning- en werkplekgrootte meeneemt, ontstaat er een scherp beeld van wie er straks in het gebied woont, werkt en beweegt — en hoeveel CO₂- uitstoot dat per persoon kost.

Zo wordt dichtheid meer dan een abstract getal. Het is een concrete schakel tussen planologie en stedenbouw. Door de ruimtevraag per inwoner en per werkende te koppelen aan het totale bouwvolume, zie je meteen welke keuzes leiden tot efficiënter ruimtegebruik én lagere emissies. Dichtheid krijgt zo een menselijk gezicht en een klimaatimpact die je gericht kunt sturen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling als nieuwe standaard

Alles om toekomstbestendige gebiedsontwikkeling vorm te geven is er al, scherpe CO₂doelen die richting geven, parametrische tools die ontwerpen sneller, slimmer en transparanter maken en voldoende beschikbare biobased opties.  De Europese kaders helpen de route uit te zetten.

Nu is het moment om al deze inzichten niet alleen te omarmen, maar structureel te verankeren. In beleid. In tendercriteria. In ontwerpkeuzes. En in de financiële spelregels waarmee we gebieden vormgeven. Als we dat doen, wordt toekomstbestendige gebiedsontwikkeling geen ambitie meer, maar de nieuwe standaard. Gertjan de Werk: “We hebben alles in huis om Paris Proof te bouwen. De opgave is nu om het samen, consequent de juiste ambitie op de juiste plek te doen.”

Benieuwd naar hoe je toekomst bestendige gebiedsontwikkeling omzet naar beleid? Meld je hier aan voor de webinar in juni.

Lessons learned

  • Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling vereist een integrale aanpak, van CO₂-reductie tot natuurinclusiviteit, netbewuste ontwikkeling en leefkwaliteit.
  • CO₂-uitstoot moet sturend zijn in elke planfase om haalbare ambities te realiseren.
  • Biobased materialen zijn cruciaal voor CO₂-reductie en vormen geen innovatieoptie meer, maar noodzakelijke bouwlogica.
  • Ontwerp van wijken bepaalt de ecologische footprint, niet alleen individuele gebouwen.
  • Parametrisch modelleren versnelt ontwerp, maakt keuzes toetsbaar en verbetert besluitvorming.
  • Haalbaarheidsstudies op wijkniveau bieden inzicht in optimale isolatie, constructie en energiemodellen voor laag-, midden- en hoogbouw..
  • Dichtheid, blokmaten, mobiliteit en functiemix zijn bepalend voor CO₂-impact en worden vaak onderbelicht.
  • Het koppelen van ruimtegebruik per inwoner en per werkende aan bouwvolume maakt CO₂-impact concreet en stuurbaar.
  • Gemeenschappelijke voorzieningen en meer groen combineren verdichting met leefkwaliteit en klimaatadaptatie.
  • Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling kan met bestaande biobased opties, scherpe CO₂-doelen en parametrische tools direct worden toegepast.
  • Inbedding in beleid, tendercriteria en financiële spelregels is nodig om de aanpak structureel te maken.
  • Structurele samenwerking en consequent doorvoeren van ambities per gebied zijn cruciaal voor impact en opschaling.

Contact

Wil je keer deelnemen aan een sessie van Cirkelstad Zuid-Holland of meer weten over het partnerschap van Cirkelstad? Neem dan contact op met Sandra Nap en Lopa Grim via zuidholland@cirkelstad.nl.