Cirkelstad Drechtsteden: HNN‑Infra toepassen in GWW-projecten
- Community
Tag: Nieuws uit de community
30 maart 2026
Op 24 maart 2026 kwam het netwerk van Cirkelstad Deventer–Apeldoorn bijeen in de nieuwe vestiging van SW Vastgoedverbetering in Deventer. Met zo’n dertig deelnemers hing er direct een enthousiaste sfeer: een groep professionals die niet alleen wil praten over circulariteit, maar vooral wil dóen. De bijeenkomst vormde een inspirerende mix van kennisdeling op basis van keuzes maken tot resultaten vanuit praktijkvoorbeelden, maar ook uit open gesprekken over wat nu al bereikt kan worden en wat nodig is om verder te versnellen.
Al tijdens de eerste interactie via Mentimeter werd duidelijk hoe de groep erin staat. Niemand zag zichzelf als achterblijver, en de meeste aanwezigen noemden zich zelfs koploper. Dat enthousiasme sluit naadloos aan bij de aanpak van SW Vastgoedverbetering. Anita van der Brugge liet zien hoe SW Vastgoedverbetering intern structuur heeft aangebracht om circulariteit concreet te maken. SW is in 2023 gestart met werkgroepenuit intrinsieke motivatie om aan de slag te gaan met dit thema. Omdat er behoefte aan een kader was ontstond een visie die zich richt op circulaire en biobased materialen, zorgvuldig afvalbeheer en hergebruik, het meetbaar maken van impact en interne opleiding via de SW Academy.
Deze vier pijlers helpen teams om steeds bewuster en consistenter circulair te werken. Bovendien zoekt SW actief de samenwerking met woningcorporaties en de toeleverende ketens om ambities op elkaar af te stemmen. Daarbij speelt de opkomst van CSRD‑rapportages een rol, zien zij kansen om hun omvang in te zetten om het hogere doel ‘circulair en duurzaam’ bouwen en werken in de keten te behalen. Door afnamegaranties van nieuwe toekomstbestendige producten ontstaat er schaal, en dus echte impact.
Een inspirerend voorbeeld van die werkwijze kwam van Lennart Vlessert, die de renovatie van het complex Sijzenbaan in Deventer toelichtte. Het complex bestaat uit 114 woningen en 17 bedrijfsruimten en ligt in een omgeving met hoogteverschillen en een beschermd stadsgezicht. Dat maakt het technisch én procedureel uitdagend. Tijdens de opname kwamen bovendien zaken naar voren die extra onderzoek vergden.
Toch wist SW, samen met opdrachtgever woonbedrijf ieder1, Cirkelstad en Building Balance, een reeks circulaire en biobased oplossingen te selecteren. Denk aan het gebruik van low‑carbon glas, biobased deuren van Weekamp en dakbedekking van volledig gerecycled bitumen. Niet alles bleek haalbaar: ondanks de ambitie van zowel SW als ieder1om de gevelisolatie met biobased materiaal uit te voeren, was dit technisch en budgettair te complex. Het oorspronkelijke EPS was te beschadigd om verantwoord te hergebruiken. Dus is de keuze gemaakt om dit traditioneel uit te voeren. Ondanks dat de gemeente een visie op circulariteit heeft, blijft welstand en garantie bepalend voor keuzes in een beschermd stadsgezicht. De ambitie is leidend, maar realisme blijft nodig.
Rob Rutgers, programmamanager vastgoed van woonbedrijf ieder1, benadrukte hoe waardevol het is dat SW zelf al intrinsiek gemotiveerd is om circulair te werken: “Dat maakt gesprekken makkelijker en versnelt de besluitvorming.” Ook gaf hij aan dat meetbaarheid cruciaal is: zonder cijfers kun je geen voortgang aantonen. Vooral bij renovatie blijft dat uitdagend. BMN lichtte toe dat materiaaldata steeds vaker wordt meegeleverd bij bestellingen, zodat corporaties deze kunnen door vertalen in hun eigen rapportages. Ook onderzoeken corporaties steeds vaker of circulair financieren helpt om ruimte te creëren voor innovatieve keuzes. Op deze manier ontstaat een keten waarin partijen elkaar werkelijk versterken.
Een tweede praktijkcase kwam van Luc Veldhuis, die het project Kerkpad in Dinxperlo presenteerde. Waar bij veel projecten nog discussie bestaat over kosten en risico’s, koos De Woonplaats hier een opvallend open insteek: alles mag, zolang het transparant en goed onderbouwd is. Samen met de installateur werkte SW verschillende scenario’s uit, van traditioneel tot volledig biobased en circulair. Het verschil in kosten bleek verrassend klein, waardoor de keuze voor circulaire maatregelen logisch werd. Het project omvat onder meer circulair glas, circulaire isolatie uit reststromen, biobased vloerisolatie op basis van suikerriet, gerecyclede bitumen dakbedekking en biobased verfsystemen. Sommige maatregelen vroegen extra tijd, zoals het zorgvuldig Terugplaatsen van circulaire ruiten of het zorgvuldig demonteren van de bestaande ruiten, maar dat werd gecompenseerd door tijdswinst bij andere onderdelen. Krijn Janse, projectmanager vastgoed bij De Woonplaats, waardeert dat SW al voor de uitvraag bezig is met biobased alternatieven. “Dat helpt enorm om voortgang te maken richting een circulaire standaard.”
De deelnemers werden ook gevraagd hoe actief zij hun eigen kennis delen, zowel in- als extern. Daaruit bleek dat de meesten dat al doen, maar organisatorisch blijft het volgens velen een grote uitdaging. Veel weerstand komt voort uit aannames of onbekendheid met nieuwe materialen en methoden. Door simpelweg te beginnen, pilots te draaien en bevindingen te delen, worden twijfels kleiner en groeit het vertrouwen. Een duidelijke conclusie was dat externe druk, bijvoorbeeld door de vraag van opdrachtgevers, helpt om stappen te zetten. Maar interne opleiding wordt minstens zo belangrijk gevonden om medewerkers mee te nemen
De vraag die steeds terugkwam, is wanneer circulariteit van pilot naar standaard gaat. SW heeft daarin al stappen gezet door een set veelgebruikte biobased materialen te selecteren die intern goed zijn uitgelegd aan de medewerkers zodat hier geen weerstand meer voor bestaat. Zo kunnen teams sneller schakelen en hoeven ze niet telkens opnieuw te onderzoeken of iets wel of niet kan. Door bij elk project één nieuwe maatregel te testen, kom je uiteindelijk tot volledig circulaire projecten zoals bij het Kerkpad zichtbaar werd.
Corporaties onderzoeken op hun beurt hoe ze circulariteit structureel kunnen opnemen in hun PVE’s en prijzenboeken. Daarbij helpt het om te kijken naar total cost of ownership: hogere kosten aan de voorkant kunnen zich terugbetalen in langere levensduur, minder onderhoud en lagere milieukosten. Madaster benadrukte dat berekeningen nu vaak pas worden gemaakt bij pilots, terwijl juist een nulmeting bij reguliere projecten helpt om circulariteit te verankeren in de dagelijkse praktijk.
Wat we als Cirkelstad meenemen uit deze bijeenkomst, is bovenal het belang van doen. Niet wachten op perfectie, maar experimenteren en leren in de praktijk. De keten heeft elkaar daarbij hard nodig. Transparantie in scenario’s en kosten helpt om opdrachtgevers te overtuigen. Het meten van impact maakt resultaten tastbaar. En kennisdeling, precies wat we met de community bijeenkomst stimuleren, blijkt één van de sterkste versnellers.
We kijken dan ook uit naar de volgende bijeenkomsten de komende maanden, waaronder de Cirkelstad Partnerdag op 22 juni in Ede en de community bijeenkomst op 30 juni in Apeldoorn over de circulaire uitvraag en realisatie van zwembad Aquadoorn.
Heb je ook interesse om hierbij aan te sluiten en partner te worden van Cirkelstad, neem dan contact op met Carmen of Eric via deventer-apeldoorn@cirkelstad.nl.